Insectenhotel: gatmaten, ophangen en schoonmaken
Een insectenhotel helpt alleen als het past bij wilde bijen: gaten van 3 tot 10 mm, 15 cm diep, ochtendzon en jaarlijks schoonmaken. Maattabel en valkuilen.
Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

In dit artikel
- Kort antwoord: het insectenhotel in één oogopslag
- Helpen insectenhotels bijen echt?
- Welke gatmaat moet een insectenhotel hebben?
- Welke materialen vermijd je in een insectenhotel?
- Hoe groot moet een insectenhotel zijn?
- Waar hang je een insectenhotel op?
- Hoe houd je een insectenhotel schoon?
- Trekken insectenhotels vogels aan, en welke vogels?
- Wat kost een insectenhotel?
- Checklist voordat je een insectenhotel koopt
- Twee soorten bijenhotels om naar te kijken
- Wat zijn de alternatieven voor een insectenhotel?
- Veelgemaakte fouten met insectenhotels
- Bronnen
- Uitrusting in deze gids
- Veelgestelde vragen
Een insectenhotel helpt wilde bijen zoals metselbijen en behangersbijen alleen als het klein is, schoon te maken en gebouwd voor wat ze nodig hebben: gladde gaten van 3 tot 10 mm doorsnede, ongeveer 15 cm diep, achteraan dicht en gericht op de ochtendzon. De grote decoratieve variant vol dennenappels en gebarsten bamboe voedt vooral parasieten.
De meeste insectenhotels in de winkel zijn gemaakt om er in een tuincentrum goed uit te zien, niet om bijen groot te brengen. Deze gids behandelt gatmaten, materialen, plaatsing, schoonmaken en het verband met je tuinvogels. In Nederland en België wordt hetzelfde ook verkocht als bijenhotel of nestkast voor wilde bijen; de regels hieronder gelden voor alle varianten.
Kort antwoord: het insectenhotel in één oogopslag
| Vraag | Kort antwoord |
|---|---|
| Wie gebruikt het | Wilde bijen en solitaire wespen die in holtes nestelen, vooral metselbijen en behangersbijen |
| Gatdiameter | 3 tot 10 mm, glad vanbinnen |
| Diepte | Ongeveer 15 cm voor gaten van 6 mm en groter, 8 tot 10 cm voor kleine gaten |
| Achterkant van het gat | Dicht |
| Richting | Oost of zuidoost, ochtendzon |
| Hoogte | Ongeveer 1 tot 2 meter, stevig vast, niet zwaaiend |
| Regen | Onder een dakoverstek van minstens 5 cm |
| Schoonmaken | Elke herfst buisjes vervangen of nestplankjes openen |
| Vermijden | Dennenappels, stro, gesplinterd of aan twee kanten open bamboe, glazen of plastic buisjes |
Helpen insectenhotels bijen echt?
Ja, voor de juiste bijen en alleen als je ze onderhoudt. In Nederland en België leven honderden soorten wilde bijen, en de meerderheid daarvan graaft een nest in kale grond. Voor die soorten doet een insectenhotel niets. Voor de Verenigde Staten schat de Xerces Society dat ongeveer 30 procent van de inheemse bijen in gangen in hout of holle stengels nestelt; in Europa is het beeld vergelijkbaar: een minderheid nestelt bovengronds.
Die bovengrondse nestelaars zijn je doelgroep. Metselbijen (geslacht Osmia) vliegen in het vroege voorjaar en sluiten hun nest af met leem. De rosse metselbij (Osmia bicornis) is in tuinen de bekendste gebruiker van bijenhotels, en de gehoornde metselbij (Osmia cornuta) vliegt vaak nog iets eerder. Behangersbijen (Megachile), zoals de tuinbladsnijder, vliegen in de zomer en bekleden hun nest met keurig uitgeknipte stukjes blad. Ook kleine soorten zoals de tronkenbij en de klokjesbijen, en diverse solitaire wespen die rupsen en bladluizen vangen, nestelen in gaatjes. Agressief is geen van allen: zonder volk om te verdedigen steken vrouwtjes alleen als je ze hardhandig vastpakt.
Een vrouwtje metselbij loopt naar achteren in een gang, legt er een bolletje stuifmeel en nectar neer, legt daar een ei op en metselt er een wandje van leem voor. Dat herhaalt ze tot de gang vol is, en dan sluit ze de ingang af. De larven eten het stuifmeel, spinnen een cocon en overwinteren als volwassen bij in die cocon, tot ze het volgende voorjaar uitvliegen. Die levenscyclus verklaart elke regel hieronder.
Welke gatmaat moet een insectenhotel hebben?
Bied een reeks aan van 3 tot 10 mm, met de nadruk op 6 en 8 mm, omdat die maten passen bij de bijen die de meeste tuiniers kunnen aantrekken. Diepte doet er net zo veel toe als breedte.
Deze maattabel is gebaseerd op nestadvies van bijenorganisaties en specificaties van kwekers van metselbijen. De soortgebruikers zijn indicatief: bijen kiezen zelf, en maten overlappen.
Maattabel voor een insectenhotel
| Gatdiameter | Diepte | Belangrijkste gebruikers | Actief seizoen |
|---|---|---|---|
| 3 mm | 8 tot 10 cm | Tronkenbij, kleine wespjes | Laat voorjaar tot zomer |
| 4 tot 5 mm | 10 tot 13 cm | Klokjesbijen, kleine metselbijen, wespen | Voorjaar tot zomer |
| 6 mm | 13 tot 15 cm | Rosse metselbij, behangersbijen | Voorjaar en zomer |
| 8 mm | 15 cm | Rosse en gehoornde metselbij | Vroeg voorjaar |
| 10 mm | 15 cm | Gehoornde metselbij, grotere behangersbijen, sommige wespen | Voorjaar en zomer |
Waarom 15 cm diep?
Vrouwtjes van solitaire bijen leggen vrouwelijke eieren in de achterste cellen en mannelijke eieren vooraan bij de ingang. Een korte gang van 8 of 10 cm biedt vooral ruimte voor mannetjes, en die nestelen niet. In een gang van ongeveer 15 cm kan het vrouwtje een volledige reeks cellen bouwen met een gezond aandeel dochters. Kwekers van metselbijen adviseren daarom voor metselbijen gangen van 15 cm bij 8 mm.
Waarom achteraan dicht?
Een buisje dat aan twee kanten open is, is een tochtige gang die rovers en parasitaire wespjes van beide kanten uitnodigt. Geboorde blokken moeten niet helemaal doorgeboord zijn, en buisjes of rietstengels moeten aan één kant dicht zijn, van nature bij een knoop of met een achterplank.
Welke materialen vermijd je in een insectenhotel?
Vermijd dennenappels, stro, losse schors, glazen en plastic buisjes, en bamboe dat gesplinterd, gebarsten of aan twee kanten open is. Die vullen ruimte en zien er natuurlijk uit, maar passen niet bij nestelende bijen of schaden ze zelfs.
- Dennenappels en stro. Geen bij nestelt in een dennenappel. De vulling zorgt voor volume, houdt vocht vast en doet niets voor bijen.
- Bamboe met splinters of open uiteinden. Bamboe dat tussen de knopen is doorgezaagd, is aan twee kanten open. Ruw gezaagd laat het scherpe vezels achter die bijenvleugels beschadigen. Het is ook niet te openen om schoon te maken, dus gebruik het één keer en gooi het daarna weg.
- Glazen of plastic buisjes. Die ademen niet. Vocht condenseert binnenin en de stuifmeelvoorraad beschimmelt. Papieren buisjes, papieren hulzen, riet en hout laten vocht ontsnappen.
- Boren in kopshout. Gaten in de doorgezaagde kant van een boomstam scheuren als het hout droogt, waardoor water en parasieten binnenkomen. Boor in de zijkant van gedroogd hardhout (langshout), niet in kopshout. Duitse en Nederlandse bijenkenners wijzen hier al jaren op.
- Behandeld of zacht, rafelig hout. Geïmpregneerd hout en verf in de gaten zijn niet veilig voor larven. Zacht hout rafelt bij het boren, wat ruwe wanden oplevert.
- Te wijde gaten. Gaten breder dan ongeveer 10 mm blijven door bijen meestal onbenut en raken eerder vol vuil.
Wat wel werkt: papieren buisjes, papieren hulzen in geboord hout, riet dat bij een knoop dicht is en gefreesde houten plankjes die uit elkaar kunnen. Glad, droog, ademend en vervangbaar.
Hoe groot moet een insectenhotel zijn?
Kleiner dan de meeste mensen denken. Een blok of kastje met 50 tot 150 gaten is ruim genoeg voor een gemiddelde tuin, en een paar kleine hotels op verschillende plekken werken beter dan één grote wand.
Grote hotels concentreren bijen, en parasieten vinden drukte. Parasitaire wespjes, pollenmijten en schimmels verspreiden zich van cel naar cel als honderden nesten naast elkaar liggen. Onderzoek naar bijenhotels in steden vond ook dat grote, onbeheerde hotels veel wespen en uitheemse bijen huisvesten.
Stem de grootte af op je bloemen. Een vrouwtje metselbij foerageert doorgaans binnen een paar honderd meter van haar nest, dus een groot hotel naast een gazon heeft niets om zijn bewoners te voeden.
Waar hang je een insectenhotel op?
Bevestig het stevig aan een muur, schutting of paal, op 1 tot 2 meter hoogte, gericht op het oosten of zuidoosten, met een dak of dakrand die regen van de gaten houdt. De plek bepaalt vaak of een hotel überhaupt gebruikt wordt.
- Richt het op de ochtendzon. Solitaire bijen zijn koudbloedig en hebben warmte nodig om te vliegen. Op het oosten of zuidoosten kunnen ze vroeg beginnen met foerageren. Op een plek die ‘s middags erg heet wordt, voorkomt wat schaduw dat de buisjes oververhit raken.
- Zet het stevig vast. Een hotel dat aan een tak of haakje zwaait, wordt zelden gebruikt. Schroef het vast aan een muur, schuttingpaal of schuur.
- Houd het droog. Kies een kastje met een dakoverstek van ongeveer 5 cm of hang het onder een dakrand. Natte buisjes beschimmelen.
- Zorg voor bloemen dichtbij. Vroegbloeiende fruitbomen, wilgen zoals de boswilg, sleedoorn, krokussen en andere voorjaarsbollen voeden metselbijen. Behangersbijen in de zomer willen een bredere mix van bloemen. Onze gids over een kleine vogelvriendelijke tuin inrichten laat zien hoe je planten in lagen combineert, zodat er altijd iets bloeit.
- Zorg voor leem voor metselbijen. Metselbijen hebben vochtige leem of klei nodig voor hun wandjes. Kwekers adviseren een leembron op 3 tot 6 meter van het hotel, niet er recht onder. Een ondiepe schaal met natte kleigrond werkt als je grond zanderig is, wat in veel Nederlandse tuinen het geval is.
- Houd afstand tot voederhuisjes. Voederhuisjes trekken vogels naar één plek. Hang het insectenhotel aan de andere kant van de tuin, niet ernaast. Onze gids over waar je een voederhuisje ophangt behandelt die afstand van de andere kant.
Wanneer hang je het op?
Hang het op in de late winter of het zeer vroege voorjaar, voordat de eerste metselbijen uitkomen. Metselbijen worden actief als de dagtemperatuur rond 13 °C blijft, in Nederland en België vaak vanaf maart. Behangersbijen vliegen in de zomer, dus een tweede set buisjes van 6 mm kan eind voorjaar worden opgehangen.
Hoe houd je een insectenhotel schoon?
Vervang of open het nestmateriaal elk jaar. Papieren buisjes en riet zijn voor eenmalig gebruik: zijn de bijen uitgevlogen, haal ze dan weg en plaats nieuwe. Houten nestplankjes open je in de herfst, zodat je cocons eruit kunt halen en vuil kunt wegschrapen.
De jaarlijkse routine
- Zomer, als het nestelen stopt: laat gevulde buisjes een aantal weken hangen terwijl de larven zich ontwikkelen.
- Vroege herfst: zet gevulde buisjes of plankjes in een onverwarmde schuur of garage, in een doos met kleine gaatjes of fijn gaas. Dat beschermt ze tegen vogels en tegen parasitaire wespjes die laat in het seizoen jagen.
- Oktober of november: oogst de cocons van metselbijen als je dat wilt. Rol papieren buisjes af of open de plankjes, haal de cocons eruit en verwijder mijten, schimmel en beschadigde cellen. Sommige kwekers adviseren de cocons voorzichtig te spoelen en ze koel te bewaren tot het voorjaar.
- Voorjaar: zet de cocons in een klein uitvliegdoosje bij het schone hotel als het warmer wordt, samen met nieuwe buisjes.
Klinkt cocons oogsten als te veel werk, doe dan het minimum: gebruik papieren hulzen of riet, zet gevulde exemplaren in het voorjaar in een beschermd uitvliegdoosje en gooi ze weg nadat de bijen zijn uitgevlogen.
Parasieten en plagen om op te letten
- Pollenmijten (Chaetodactylus). Piepkleine mijten die de stuifmeelvoorraad opeten en larven laten verhongeren. Ze zijn te zien als oranje of roze stof in geopende cellen en verspreiden zich snel in hotels die nooit worden schoongemaakt.
- Parasitaire wespjes zoals Monodontomerus. Kleine metaalglanzende wespjes die door de wand van een buisje boren om eitjes in bijenlarven te leggen. Dunne kartonnen buisjes zijn extra kwetsbaar, en nesten eind zomer in een gaaszak bewaren helpt.
- Kleptoparasitaire vliegjes. Cacoxenus indagator, een kleine vlieg die in Europa van nature voorkomt, legt eitjes in de cellen zodat haar larven het stuifmeel kunnen opeten.
- Schimmel. Kalkbroed en andere schimmels gedijen in vochtige, volle, hergebruikte buisjes.
Trekken insectenhotels vogels aan, en welke vogels?
Indirect, en niet altijd zoals je zou willen. Een bijenhotel is geen voederhuisje, maar de insecten die het ondersteunt en de planten die zij bestuiven voeden tuinvogels. Sommige vogels plunderen ook het hotel zelf.
Hoe insecten tuinvogels voeden
Vrijwel alle zangvogels in onze tuinen voeren hun jongen met insecten, ook soorten die als volwassen vogel vooral zaad eten, zoals vinken en huismussen. Vogelbescherming Nederland wijst hier steeds op, en een paartje koolmezen heeft voor één legsel naar schatting duizenden rupsen nodig. Ons artikel over wat jonge vogels eten gaat daar dieper op in.
Bijen zelf zijn maar een klein deel van het menu van de meeste zangvogels. Het grotere verband is bestuiving. Metselbijen en behangersbijen bestuiven fruitbomen, besdragende struiken en wilde bloemen, en die planten leveren de vruchten en zaden die vogels in herfst en winter eten. Meer bijen op je krentenboompje of meidoorn betekent meer bessen voor merels, zanglijsters, kramsvogels en in sommige winters pestvogels. Zie onze lijst met besdragende struiken die vogels de hele winter voeden voor planten die van beide profiteren.
Vogels die insectenhotels plunderen
Grote bonte spechten, koolmezen en pimpelmezen leren dat buisjes vette larven bevatten. Ze trekken rietstengels eruit of hakken door zacht hout, vooral in herfst en winter. Een grote bonte specht die een vol bijenhotel ontdekt, kan het in een paar bezoekjes leeghalen.
De oplossing is eenvoudig: zet een kooitje van gaas met mazen van ongeveer 13 tot 19 mm een paar centimeter voor de gaten. Bijen vliegen er makkelijk doorheen en vogels kunnen niet bij de buisjes. Gevulde buisjes in de winter binnen zetten, lost het volledig op.
Wat kost een insectenhotel?
Een zelfgemaakt blok kost weinig meer dan een restje hardhout en een boortje. Een goed gemaakt kastje uit de winkel met vervangbaar nestmateriaal kost meer dan een decoratief hotel, en er komt elk jaar een kleine vaste uitgave bij voor nieuwe buisjes of hulzen.
Decoratieve hotels besteden hun budget aan formaat en vulling. Een bruikbaar kastje besteedt het aan duurzaam hout, een diep dakoverstek en vervangbaar nestmateriaal. Papieren buisjes en riet zijn voor eenmalig gebruik; houten nestplankjes kosten meer bij aanschaf maar gaan jaren mee.
Checklist voordat je een insectenhotel koopt
Gebruik deze lijst voordat je koopt of bouwt. Een goed insectenhotel voldoet aan elke regel.
| Controle | Goed | Fout |
|---|---|---|
| Gatdiameter | 3 tot 10 mm | Vooral breder dan 12 mm |
| Diepte | Ongeveer 15 cm voor 6 mm en groter | Minder dan 8 cm |
| Achterkant | Dicht | Helemaal doorgeboord |
| Binnenkant | Glad papier, riet of gefreesd hout | Gesplinterd bamboe, ruw geboord zachthout |
| Schoon te maken | Buisjes vervangbaar of plankjes te openen | Vastgelijmde of vaste vulling |
| Materialen | Ademend | Glazen of plastic buisjes |
| Dak | Overstek van ongeveer 5 cm | Plat dak gelijk met de gaten |
| Bevestiging | Vlak vastgeschroefd aan muur of paal | Hangt aan een haakje of touw |
| Vulling | Alleen nestbuisjes | Dennenappels, stro, losse schors |
| Formaat | 50 tot 150 gaten voor een tuin | Honderden gaten in één blok |
Twee soorten bijenhotels om naar te kijken
We hebben deze producttypen gekozen door nestadvies van bijenorganisaties, specificaties van fabrikanten en patronen in gebruikersrecensies te vergelijken. We hebben ze niet zelf in handen gehad. De Amerikaanse kastjes uit de Engelse versie van dit artikel zijn in Nederland en België lastig te krijgen, dus noemen we hier de kenmerken om op te letten. Welke merken en modellen verkrijgbaar zijn, verschilt per land. Beide typen draaien om vervangbaar nestmateriaal, het belangrijkste kenmerk van allemaal.
Bijenhotel met vervangbare nestbuisjes
Een compact houten kastje waarin papieren buisjes of rietstengels los in een frame zitten, met een dakoverstek van ongeveer 5 cm en een vlakke achterkant of ophangoog om het stevig vast te schroeven. Kijk of de buisjes achteraan dicht zijn, of er nieuwe buisjes of hulzen los te koop zijn en of het hout onbehandeld is. Op papier voldoet zo’n kastje aan elke regel van de checklist. Reken elk jaar op nieuwe buisjes.
Sla het over als je één kastje zoekt voor allerlei insectengroepen, of een blikvanger voor de tuin.
Nestblok met te openen houten nestplankjes
Een groter blok van op elkaar gestapelde plankjes waarin halve gangen zijn gefreesd. Samen vormen ze gladde gangen, en in de herfst haal je de plankjes uit elkaar om cocons te controleren en vuil weg te halen. Met een mix van gangen van ongeveer 6 en 8 mm kan het zowel metselbijen in het voorjaar als behangersbijen in de zomer huisvesten. Het past bij grote tuinen en boomgaarden.
Sla het over als je tuin klein is. Een groter blok op één plek concentreert parasieten, dus twee kleine kastjes op verschillende plekken werken misschien beter.
Wat zijn de alternatieven voor een insectenhotel?
Leefgebied doet meer dan welk kastje ook. De meeste wilde bijen nestelen in de grond, en veel insecten overwinteren in bladafval en plantenstengels. Deze opties helpen vaak meer dan een hotel.
- Kale, zonnige grond. Laat een stukje onbedekte, goed doorlatende grond in de volle zon liggen. Zandbijen en groefbijen graven daar hun nest.
- Staande stengels. Knip holle of mergrijke stengels van bijvoorbeeld braam, framboos, vlier of roos af op 30 tot 60 cm en laat ze staan. Kleine bijen nestelen er het volgende seizoen in. Onze gids over uitgebloeide planten laten staan legt uit hoe dat ook putters en andere vinken voedt.
- Dood hout. Een stam met kevergangen is een natuurlijk insectenhotel. Een takkenhoop geeft tegelijk beschutting voor vogels.
- Bladafval. Bladeren onder struiken laten liggen biedt beschutting aan overwinterende nachtvlinders, kevers en hommelkoninginnen. Lees in bladeren laten liggen waarom dat voor vogels telt.
- Meer bloemen. Zonder bloei in de buurt van het vroege voorjaar tot de herfst raakt geen enkele nestplek gevuld.
Het beste plan combineert één klein, goed onderhouden bijenhotel met deze elementen. Het hotel geeft je iets om naar te kijken; het leefgebied doet het meeste werk.
Veelgemaakte fouten met insectenhotels
- Het grootste, meest decoratieve hotel uit het schap kopen.
- Het ophangen waar het zwaait, of op het noorden in de schaduw.
- Het zonder overstek in de regen laten hangen.
- Jaar na jaar dezelfde buisjes gebruiken.
- Lege ruimte opvullen met dennenappels en stro.
- In dezelfde tuin insecticiden gebruiken.
Bronnen
Uitrusting in deze gids
Bijenhotel met vervangbare nestbuisjes
Een compact houten bijenhotel waarin de nestbuisjes of rietstengels los zitten, met een diep overstekend dak en een vlakke achterkant om tegen een muur of paal te schroeven.
- Ideaal voor
- Een eerste bijenhotel in een kleine of middelgrote tuin.
- Sla over als
- Je een groot, opvallend hotel met gemengde materialen voor allerlei insectengroepen wilt.
- Gatdiameter om op te letten
- 3 tot 10 mm, vooral 6 tot 8 mm
- Diepte om op te letten
- Ongeveer 15 cm, achterkant dicht
- Dak om op te letten
- Overstek van ongeveer 5 cm
Nestblok voor metselbijen met te openen houten nestplankjes
Een groter nestblok van op elkaar gestapelde, gefreesde houten plankjes die je in de herfst uit elkaar haalt, zodat je cocons kunt controleren en de gangen kunt schoonmaken.
- Ideaal voor
- Boomgaarden, grote moestuinen en tuinen waar al metselbijen nestelen.
- Sla over als
- Je tuin klein is. Meer gaten op één plek betekent ook meer ruimte voor parasieten.
- Gatdiameter om op te letten
- Mix van ongeveer 6 en 8 mm
- Constructie om op te letten
- Plankjes die uit elkaar kunnen
- Materiaal om op te letten
- Onbehandeld, glad hout
Veelgestelde vragen
Werkt een insectenhotel echt?
Ja, voor wilde bijen en solitaire wespen die in holtes nestelen, zoals metselbijen en behangersbijen, mits de gaten de juiste maat hebben, diep genoeg zijn, achteraan dicht zijn en elk jaar worden vervangen of schoongemaakt. Grote decoratieve hotels met dennenappels, stro en open bamboe helpen zelden en kunnen parasieten concentreren. De meeste wilde bijen nestelen in de grond, dus kale grond en bloemen tellen net zo zwaar.
Hoe groot moeten de gaten in een insectenhotel zijn?
Bied gaten aan van ongeveer 3 tot 10 mm doorsnede. De rosse metselbij gebruikt vooral gaten rond 6 tot 8 mm, de gehoornde metselbij wat grotere, en kleine soorten zoals de tronkenbij kiezen gaten van een paar millimeter. Maak de grotere gaten ongeveer 15 cm diep en de kleinste 8 tot 10 cm, en zorg altijd dat de achterkant dicht is.
Op welke windrichting hang je een insectenhotel?
Hang het op het oosten of zuidoosten, zodat de voorkant de ochtendzon vangt. Die warmt de bijen op, zodat ze vroeg kunnen gaan foerageren. Bevestig het stevig op ongeveer 1 tot 2 meter hoogte, onder een dakoverstek of dakrand die regen van de buisjes houdt. Een hotel dat in de wind zwaait of in de volle schaduw hangt, wordt veel minder gebruikt.
Eten vogels bijen uit een insectenhotel?
Ja. Grote bonte spechten, koolmezen en pimpelmezen trekken soms buisjes eruit of pikken erin om bij de larven te komen, vooral in herfst en winter. Een kooitje van gaas met mazen van ongeveer 13 tot 19 mm, een paar centimeter voor de gaten, houdt de meeste plunderingen tegen. Gevulde buisjes of cocons in de winter in een schuur of garage zetten, beschermt ze ook.
Moet je een insectenhotel schoonmaken?
Ja. Vervang papieren buisjes of rietstengels nadat de bijen zijn uitgevlogen, en open houten nestplankjes elke herfst om cocons, mijten en vuil te verwijderen. Een hotel dat nooit wordt schoongemaakt, bouwt jaar na jaar pollenmijten, schimmel en parasitaire wespjes op. Kun je het materiaal niet schoonmaken, vervang het dan na twee seizoenen door nieuw materiaal in plaats van het oude te laten hangen.