Appelvink in je tuin lokken: harde zaden, hoge bomen en geduld
Appelvink in de tuin lokken: strooi zonnebloempitten laag bij hoge bomen, plant haagbeuk, esdoorn of kers en houd de voerplek rustig. Zo zie je de schuwe vink.
Zo lok je de soorten die je wilt zien: voer, voederplekken, planten en nestkasten.
Appelvink in de tuin lokken: strooi zonnebloempitten laag bij hoge bomen, plant haagbeuk, esdoorn of kers en houd de voerplek rustig. Zo zie je de schuwe vink.
Boomklever in de tuin lokken: hang pinda's, zonnepitten en vet bij oude bomen, geef hazelnoten en hang een nestkast met een gat van 32 mm tegen een dikke stam.
Ekster in de tuin lokken: geef kleine porties voer op een open voertafel, laat hoge bomen staan en bescherm kleine vogels met dichte struiken en nestkasten.
Vlaamse gaai in de tuin lokken: leg hele pinda's en eikels op een voertafel, plant een eik of hazelaar, bied water aan en voer vroeg op een vaste plek.
Glanskop in de tuin lokken: bied zonnebloempitten en pinda's in een silo aan, laat oude bomen staan en hang een kleine nestkast met een vlieggat van 28 mm.
Goudvink in de tuin lokken: bied gepelde zonnebloempitten aan, plant lijsterbes, vlier en dichte inheemse struiken en laat zaadhoofden en knoppen met rust.
Groene specht in de tuin lokken: laat mieren en een onbespoten grasveld met rust, maai niet te kort, bewaar oude bomen en zet een drinkschaal op de grond.
Groenling in de tuin lokken: geef zonnebloempitten in een schone silo, plant dichte inheemse struiken en voorkom trichomonose met strikte hygiëne bij voeren.
Grote bonte specht in de tuin lokken: hang vetblokken en pinda's tegen een stam, laat dood hout staan en bescherm nestkasten van mezen met een metalen plaatje.
Heggenmus in de tuin lokken: plant een dichte haag of braamstruik, strooi fijne kruimels, vetvoer en meelwormen onder struiken en laat blad en ruigte liggen.
Houtduif in de tuin: geef kleine porties granen op een voertafel of de grond, zorg voor dichte bomen om te broeden en houd duiven weg bij het voer van mezen.
Huismus in de tuin lokken: plant een dichte groenblijvende haag, hang een mussenflat onder de dakrand, voer zaden en geef water en een zandbak om in te baden.
Keep in de tuin lokken: strooi zonnebloempitten en zaden laag bij een voertafel, laat beukennootjes en zaadhoofden liggen en voer trouw van oktober tot maart.
Koolmees in de tuin lokken: geef zonnepitten, pinda's en vetbollen zonder netje, plant inheemse bomen vol rupsen en hang een nestkast met een gat van 32 mm.
Kramsvogel in de tuin lokken: leg in de winter valappels en geweekte rozijnen op de grond, plant meidoorn, lijsterbes en hulst en houd een vogelbad ijsvrij.
Merel in de tuin lokken: geef appels, geweekte rozijnen en meelwormen op de grond, plant besstruiken en een haag en laat blad liggen voor wormen en insecten.
Pimpelmees in de tuin lokken: geef gepelde zonnepitten, pinda's en vet in hangende voerders, plant eik, wilg en berk en hang een kast met een gat van 28 mm op.
Putter in de tuin lokken: hang een nyjersilo of geef gepelde zonnebloempitten, laat kaardenbollen en distels in bloei zaaien en zorg voor water en hoge bomen.
Ringmus in de tuin lokken: hang een paar nestkasten met een vlieggat van 28 mm bij elkaar, voer kleine zaden en granen en laat ruigte, hagen en onkruid staan.
Roodborst in de tuin lokken: geef meelwormen en zachtvoer laag bij de grond, zorg voor dichte struiken en klimop en hang een halfopen nestkast verscholen op.
Sijs in de tuin lokken: hang in de winter een nyjersilo of silo met gepelde zonnebloempitten, plant zwarte els en berk en houd voer en water altijd schoon.
Spreeuw in de tuin lokken: hang een nestkast met vlieggat van 45 mm onder de dakrand, laat gras en bodemleven met rust en geef vet, meelwormen en bessen.
Staartmees in de tuin lokken: hang vetbollen zonder netje en vogelpindakaas op, plant doornstruiken als meidoorn en sleedoorn en laat mos en korstmos staan.
Turkse tortel in de tuin lokken: strooi zaden en granen op een voertafel of de grond, zorg voor coniferen of dichte bomen om te broeden en houd alles schoon.
Vink in de tuin lokken: strooi zaden en gepelde zonnebloempitten op een voertafel of de grond, plant inheemse struiken en bomen en houd de voerplek schoon.
Winterkoning in de tuin lokken: zorg voor dichte begroeiing, een takkenril en bladlaag, geef fijne meelwormen en vetkruimels laag en bied een verscholen nest.
Zanglijster in de tuin lokken: laat slakken en wormen leven zonder gif, leg een platte steen neer als aambeeld, plant besstruiken en zorg voor dichte hagen.
Zwarte mees in de tuin lokken: geef gepelde zonnepitten en stukjes pinda, zorg voor naaldbomen zoals grove den en taxus en hang een lage nestkast met 28 mm gat.
Zwarte roodstaart in de tuin lokken: zorg voor insecten, een halfopen nestkast hoog aan de muur, meelwormen in een schaaltje en een rommelhoek met stenen.
Zwartkop in de tuin lokken: plant vlier, braam en klimop, zorg voor dichte struiken om te broeden en geef in de winter appel, vet en geweekte rozijnen.
Tuinvogels lokken lukt het best soort voor soort, omdat een roodborst iets heel anders zoekt dan een putter. Hier vind je per vogelsoort wat die nodig heeft: voer, het juiste voederhuisje, planten, dekking en een nestkast. De portretten zijn gebaseerd op ornithologische bronnen en advies van vogelorganisaties zoals Vogelbescherming.
De eerste beslissing is kiezen met welke soorten je begint. Koolmees en pimpelmees zijn het makkelijkst: ze komen op zonnebloempitten en vet af en broeden graag in een nestkast met het juiste invlieggat. Roodborst, merel en heggenmus eten vooral op de grond of op een lage voedertafel en houden van dichte struiken. Putter en sijs komen af op nyjerzaad en op zaadhoofden die je in de herfst laat staan. De tweede beslissing is wat je tuin al biedt. Een tuin met een haag, een paar bomen en een hoekje ruigte trekt meer soorten dan een tuin met alleen gras en tegels, hoe goed je ook voert. De derde beslissing is geduld per seizoen. Een keep of kramsvogel zie je vooral in de winter, een zwartkop vaak van het voorjaar tot de herfst, en een groene specht is gebonden aan gazons met mieren.
Veelgemaakte fouten: alleen voer neerzetten zonder dekking of water, verwachten dat zeldzamere soorten binnen een week komen, en een nestkast met een verkeerde gatmaat ophangen. Denk ook aan hygiëne: groenlingen zijn gevoelig voor ziekte bij vuile voerplekken. Begin met de soorten die je al ziet, en bouw vanuit daar je tuin verder uit. Noteer een paar weken welke vogels wanneer komen en wat ze eten; dan zie je snel welk voer, welke plek of welke plant ontbreekt. Doe je in januari mee aan de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming, dan heb je meteen een mooi ijkpunt voor volgend jaar.