Vogelvoer 18 gidsen

Vogelvoer voor tuinvogels

Zonnebloempitten, nyjerzaad, vetvoer: wat elke vogel eet en wat je beter weglaat.

Praktische gidsen

13 gidsen

Goed vogelvoer voor tuinvogels begint met één ding: zwarte zonnebloempitten, aangevuld met vet in de koude maanden. Hier lees je welk voer welke vogels aantrekt, wat je beter niet geeft en hoe je voer vers houdt, gebaseerd op advies van vogelorganisaties, ornithologische bronnen en productinformatie.

De eerste beslissing is de basis. Zwarte zonnebloempitten hebben een dunne schil en veel vet, en worden gegeten door koolmees, pimpelmees, vink, groenling en boomklever. Wil je minder rommel onder het voederhuisje, kies dan gepelde pitten of strooivrij voer zonder doppen. De tweede beslissing is aanvullen per soort. Nyjerzaad is vooral voor putter en sijs, meelwormen en zachte voeders helpen roodborst en merel, en vetbollen of vetblokken geven mezen en de grote bonte specht veel energie als het vriest. Haal vetbollen altijd uit het plastic netje, want vogels kunnen er met hun poten in verstrikt raken. De derde beslissing is timing en hoeveelheid. Geef niet meer dan in een of twee dagen op gaat, zodat niets beschimmelt, en bewaar voer droog en koel in een afgesloten bak.

Veelgemaakte fouten: goedkope mengsels met veel tarwe en graan die vooral duiven en huismussen trekken, zout of gekruid eten zoals chips en restjes, en brood als hoofdvoer. Brood vult wel, maar bevat weinig van wat vogels nodig hebben. Pindakaas mag, mits zonder zout en suiker. Wil je eekhoorns ontmoedigen, dan zijn er voersoorten die ze minder aantrekken. Begin met het artikel over zonnebloempitten en de lijst met wat je niet moet voeren; daarna kun je per soort of seizoen verder lezen. Zet naast het voer ook een ondiepe schaal water neer: vooral bij vorst en droogte is drinkwater vaak lastiger te vinden dan voedsel, en vogels gebruiken het ook om hun veren schoon te houden.