Vogels voeren in de winter: wat geef je?

Vogels voeren in de winter: vetrijke zwarte zonnepitten, vetblokken, pinda's en nyjerzaad, gierst voor grondeters, appels voor lijsters en elke dag open water.

Kleine zangvogels eten zaad en vet bij een besneeuwde voerplek in de tuin (AI-illustratie)
Door AI gegenereerde illustratie, geen foto
In dit artikel
  1. Kort antwoord: het beste wintervoer
  2. Waarom hebben vogels in de winter ander voer nodig?
  3. Wat is het beste energierijke wintervoer?
  4. Wat geef je grondeters in de winter?
  5. En de vogels die geen zaad eten?
  6. De winter in Nederland en België
  7. Hoeveel en hoe vaak voer je?
  8. Vergeet het water niet
  9. Veelgemaakte fouten bij vogels voeren in de winter
  10. Wat geef je vogels in de winter niet?
  11. Fabels en feiten over voeren in de winter
  12. Snelle feiten
  13. Een eenvoudig voerplan voor de winter
  14. Bronnen
  15. Veelgestelde vragen

Bij vogels voeren in de winter draait alles om voer dat rijk is aan vet en makkelijk te eten: zwarte zonnebloempitten (ongeveer 40 procent vet), vetblokken en vetbollen, pinda’s en gepelde zonnebloempitten dekken de meeste soorten. Voeg gierst toe op een voertafel of op de grond voor heggenmussen, mussen en tortels, nyjerzaad voor putters en sijzen, en appels of meelwormen voor merels, lijsters en roodborsten die zaad links laten liggen. Zorg voor ijsvrij water in de buurt, want bij strenge vorst is dorst net zo’n probleem als honger.

De reden is eenvoudige natuurkunde. Kleine vogels verliezen snel warmte, de dagen zijn kort en de nachten lang. Het beste wintervoer levert de meeste energie voor de minste moeite, en doet dat voordat het donker wordt.

Kort antwoord: het beste wintervoer

VoerBelangrijkste waardeVogels die het etenVoerder
Zwarte zonnebloempittenVet en eiwit, dunne schilMezen, groenling, vink, boomklever, putter, mussenSilo, voederhuisje, voertafel
Vetblokken en vetbollenPure energieSpechten, boomklever, mezen, staartmees, winterkoningVetkooi, vetbollenhouder
Pinda’s (ongezouten)Vet en eiwitMezen, boomklever, grote bonte specht, Vlaamse gaaiPindasilo van gaas, voertafel
Gepelde zonnebloempittenVet, geen doppenBijna alle zaadeters, ook vogels met een zwakke snavelSilo, voertafel
NyjerzaadOliehoudend klein zaadPutter, sijs, barmsijsNyjersilo of nyjerzak
GierstZetmeel, wat eiwitHeggenmus, huismus, ringmus, turkse tortelVoertafel of op de grond
Appel, rozijnenSuiker en vochtMerel, zanglijster, koperwiek, kramsvogelVoertafel of op de grond
MeelwormenEiwit en vetRoodborst, merel, winterkoning, mezenSchaaltje of voertafel
WaterDrinken en badenBijna alle soortenIJsvrije drinkbak

Begin je vanaf nul, dan dienen een silo met zwarte zonnebloempitten en een vetkooi de meeste vogels in een gewone tuin. Onze gids over zwarte zonnebloempitten legt uit waarom dat het beste zaad is om mee te beginnen.

Waarom hebben vogels in de winter ander voer nodig?

Vogels kunnen in de winter lichamelijk niets anders eten dan in de zomer, maar hun energiehuishouding verandert sterk. Drie drukfactoren stapelen zich op.

Koude nachten verbranden vetreserves

Een kleine zangvogel heeft een hoge lichaamstemperatuur, vaak rond de 40 tot 42 °C, en een groot lichaamsoppervlak in verhouding tot zijn gewicht. In een koude nacht moet hij bijna onafgebroken rillen om warm te blijven. Onderzoek aan mezen laat zien dat ze overdag ongeveer 10 procent van hun lichaamsgewicht aan vet kunnen aankomen en dat grotendeels in één nacht weer verbranden. Veel kleine vogels laten ‘s nachts hun lichaamstemperatuur gecontroleerd dalen, wat energie bespaart, maar ze moeten bij het eerste licht toch bijtanken. Meer over de fysiologie lees je in hoe vogels warm blijven in de winter.

De dagen zijn kort

Rond de kortste dag heeft een vogel in Nederland en België maar zo’n acht uur licht om voedsel te zoeken, en een deel daarvan gaat op aan uitkijken naar sperwers en katten. Er blijft minder tijd over om meer voedsel te vinden. Voer dat veel calorieën bevat en snel te eten is, telt dan zwaarder.

Natuurlijk voedsel raakt op

Insecten liggen in rust of zitten verstopt, veel bessen zijn tegen de late winter opgegeten en sneeuw of ijzel kan zaden op de grond bedekken. De late winter, niet de vroege, is vaak de hongerigste periode, omdat de natuurlijke voorraden dan al maanden worden leeggegeten.

Het wintermenu draait dus om energiedichtheid. Vet levert per gram meer dan twee keer zoveel calorieën als koolhydraten of eiwit, en daarom staan oliehoudende zaden, noten en vet bovenaan elke deskundige lijst.

Wat is het beste energierijke wintervoer?

Zwarte zonnebloempitten

Dit is het werkpaard. Het zaad is klein met een dunne schil, zodat ook vogels met een kleine snavel het kunnen kraken, en de kern is vetrijk. In Nederlandse en Belgische tuinen trekt het koolmees, pimpelmees, zwarte mees, groenling, vink, boomklever, putter, huismus en ringmus. Gestreepte zonnebloempitten hebben een dikkere schil en passen bij grotere vogels, maar zwarte pitten voeden meer soorten.

Gepelde zonnebloempitten

Dit zijn zonnebloemkernen zonder schil. Vogels besteden geen energie aan het openen, er gaat niets verloren en er ontstaat geen laag doppen onder de voerder. Ze zijn per zak duurder en bederven sneller als ze nat worden, dus geef alleen wat in een of twee dagen verdwijnt. Gepelde pitten zijn vooral nuttig bij strenge vorst, als elke seconde telt.

Vetblokken en vetbollen

Vogelvet is hard vet, traditioneel van runderen, vaak gemengd met zaden, pinda’s, havervlokken of gedroogde insecten. Het is bijna pure energie. Koolmezen, pimpelmezen, staartmezen, grote bonte spechten, boomklevers en roodborsten eten het graag. De staartmees, die in de winter in groepjes rondtrekt, is bijna volledig van insecten afhankelijk en maakt dankbaar gebruik van vet.

De winter is het ideale seizoen voor vet, omdat de kou het stevig houdt. Zie ons overzicht van vetblokken en vetbollen of lees hoe je zelf vogelvet maakt.

Een belangrijk punt: veel vetbollen worden in plastic netjes verkocht. Haal ze uit het netje voordat je ze in een goede houder hangt. Vogels, vooral spechten, kunnen met hun tong of poot in de mazen verstrikt raken, en vogelorganisaties zoals Vogelbescherming Nederland en de RSPB raden de netjes af.

Pinda’s

Pure, ongezouten, rauwe of droog geroosterde pinda’s zijn rijk aan vet en eiwit. Bied ze gepeld aan in een pindasilo van gaas met kleine openingen, zodat vogels er kleine stukjes afhalen in plaats van hele noten, of gehakt op een voertafel. In lente en zomer kunnen hele pinda’s een verstikkingsgevaar zijn voor jongen als ouders ze naar het nest brengen, en daarom is een gaassilo of gehakte pinda het hele jaar de veiligere gewoonte. Pinda’s moeten droog en schimmelvrij zijn, want vochtige pinda’s kunnen aflatoxinen bevatten, giftige stoffen die door bepaalde schimmels worden gemaakt.

Koolmezen, pimpelmezen, zwarte mezen, boomklevers, grote bonte spechten en Vlaamse gaaien zijn vaste pinda-eters.

Nyjerzaad

Nyjerzaad is een klein, oliehoudend zwart zaadje van een Afrikaanse plant, Guizotia abyssinica. Het vraagt om een speciale silo met kleine openingen of een fijnmazige zak. Het is het favoriete voer van putters en sijzen, en in sommige winters ook van barmsijzen. Het droogt uit en verliest zijn aantrekkingskracht als het te lang bewaard wordt, dus koop bescheiden hoeveelheden.

Wat geef je grondeters in de winter?

Veel wintervogels eten liever op de grond of op een plat vlak. In Nederland en België zijn dat onder meer heggenmus, vink, keep, roodborst, merel, zanglijster, turkse tortel en houtduif.

Gierst

Klein, rond en goedkoop: gierst is geliefd bij heggenmussen, huismussen, ringmussen en tortels. Strooi het op een voertafel of op een schoongemaakt stukje grond. Mezen en vinken hebben er minder belangstelling voor, dus het vult zonnebloem aan in plaats van het te vervangen.

Gebroken mais

Gebroken mais voedt tortels, duiven, fazanten en Vlaamse gaaien. Het trekt ook houtduiven, kauwen, eksters, eekhoorns en ratten, dus geef kleine hoeveelheden tegelijk. Het bederft snel als het nat wordt, dus laat nooit een natte hoop in de sneeuw liggen.

Na een sneeuwbui

Sneeuw kan voer op de grond binnen minuten bedekken. Veeg of schep een klein stukje vrij, of gebruik een lage voertafel met een dakje, zodat grondeters kunnen blijven eten. Een voertafel onder een struik of naast een takkenhoop geeft dekking tegen sperwers tijdens het eten.

En de vogels die geen zaad eten?

Sommige van de meest welkome wintergasten raken zonnebloempitten nooit aan. Zij hebben ander voer nodig.

Fruiteters

Merels, lijsters, spreeuwen en in invasiejaren pestvogels eten in de winter fruit. Bij strenge vorst trekken appels die op het gazon liggen merels, zanglijsters en de wintergasten koperwiek en kramsvogel, die uit Scandinavië en Rusland naar ons toe komen. Het is een van de mooiste dingen die je in een koude week kunt zien.

Goede winteropties zijn gehalveerde appels en peren, geweekte rozijnen of krenten en geweekte gedroogde veenbessen. Leg fruit op de grond of een lage voertafel. Voor een oplossing op de lange termijn plant je besdragende struiken; onze gids over besstruiken die vogels de hele winter voeden geeft keuzes voor Nederland en België.

Insecteneters

Winterkoningen, roodborsten, heggenmussen en staartmezen eten het hele jaar insecten. Gedroogde of levende meelwormen, vet met insecten en zacht vetdeeg helpen hen. Winterkoningen zijn gevoelig voor strenge winters; na een lange vorstperiode kan hun aantal flink dalen, en zij komen vooral naar kruimels en meelwormen laag bij dekking.

Zaadhoofden en natuurlijk voedsel

Een tuin die de uitgebloeide stengels van zonnehoed, kaardenbol, zonnebloem, teunisbloem en siergrassen laat staan, voedt in de winter putters en mussen zonder dat het iets kost. De putter is dol op de zaden van de grote kaardenbol. Bladeren onder struiken laten liggen, biedt schuilplaatsen voor overwinterende insecten waar winterkoningen en merels tussen zoeken.

De winter in Nederland en België

Onze winters zijn meestal zacht en nat, met hier en daar een vorstperiode. Dat heeft gevolgen voor hoe je voert.

  • Zachte, natte winters: vocht is dan de grootste vijand van je voer. Gebruik overdekte voerders, vul minder maar vaker bij en ruim nat zaad direct op. Vet blijft minder lang stevig, dus controleer blokken regelmatig.
  • Vorstperiodes en sneeuw: dan telt energie het meest. Houd voerders vol vanaf het eerste licht, geef extra vet en gepelde zonnebloempitten, leg appels neer voor lijsters en zorg voor ijsvrij water.
  • Kust en binnenland: langs de kust is het vaak milder, in het oosten en zuiden van Nederland en in de Belgische Ardennen kan het flink kouder zijn met langer liggende sneeuw.
  • Invasiejaren: in sommige winters komen er veel sijzen, kepen, barmsijzen of pestvogels uit het noorden en oosten. Wees dan klaar om vaker bij te vullen.

Eind januari organiseren Vogelbescherming Nederland en Sovon elk jaar de Tuinvogeltelling, en in Vlaanderen organiseert Natuurpunt een vergelijkbaar Weekend van de Tuinvogels. Een goed gevulde voerplek maakt meedoen extra leuk, en de tellingen helpen onderzoekers veranderingen in aantallen te volgen.

Hoeveel en hoe vaak voer je?

Voer op de juiste momenten

Vogels eten het hardst bij het eerste licht, om aan te vullen wat ze ‘s nachts verbrandden, en opnieuw in het uur of twee voor de schemering, als brandstof voor de nacht. Zorg dat voerders bij zonsopgang vol zijn en vul ze op koude dagen halverwege de middag bij.

Wees consequent

Onderzoek naar het gebruik van voerders laat zien dat de meeste vogels maar een deel van hun dagelijkse voedsel van voerders halen en daarnaast natuurlijk blijven zoeken, dus ze zijn niet hulpeloos zonder jou. Maar bij extreme kou, zware sneeuw of ijzel kan een betrouwbare voerplek echt het verschil maken. Ga je op reis, vraag dan een buurman om tijdens een koude periode bij te vullen, en wil je stoppen, bouw dan in het voorjaar geleidelijk af in plaats van midden in de winter.

Geef wat vogels opeten

Het is beter om dagelijks bij te vullen dan een week voer bloot te stellen aan regen en sneeuw. Nat zaad klontert en schimmelt, en voer dat blijft liggen, trekt knaagdieren. Een goede regel is ongeveer neer te zetten wat in een of twee dagen verdwijnt.

Vergeet het water niet

Water is misschien wel de meest vergeten wintervoorziening. Vogels moeten drinken, en baden houdt de veren schoon en goed op hun plek, en dat is precies wat ze goed laat isoleren. Sneeuw eten kost een kleine vogel kostbare lichaamswarmte.

Een verwarmde vogeldrinkbak, of een ontdooier in een gewone bak, houdt het water open bij vorst. Heb je die niet, giet dan elke ochtend lauw water in een ondiepe schaal. Doe nooit antivries, zout of glycerine in vogelwater. Onze gids over een vogeldrinkbak ijsvrij houden in de winter bespreekt de opties.

Veelgemaakte fouten bij vogels voeren in de winter

  1. Vertrouwen op brood en keukenresten. Brood vult vogels zonder het vet en eiwit te leveren dat ze nodig hebben.
  2. Goedkope mengsels vol vulling kopen. Tarwe, mais en rode gierst worden door tuinvogels vaak links gelaten en rotten op de grond.
  3. Nat zaad in voerders laten zitten. Samengeklonterd, beschimmeld zaad kan schimmels bevatten die met aspergillose in verband worden gebracht. Maak een voerder waar water in is gekomen leeg en laat hem drogen.
  4. Voerders vuil laten worden. Drukte aan wintervoerders verspreidt ziektes zoals trichomonose, die in onze streken vooral groenlingen en vinken treft. Maak voerders ongeveer om de twee weken schoon, vaker bij druk gebruik.
  5. Gezouten of gearomatiseerd voer gebruiken. Gezouten pinda’s, gekruide snacks en gezoete ontbijtgranen zijn niet geschikt voor vogels.
  6. Vetbollen in hun plastic netje laten. Haal het netje eraf en gebruik een goede houder.
  7. Voerders op open plekken zetten. In het open veld gebruiken vogels meer energie en lopen ze meer risico op roofvogels. Zet voerders binnen ongeveer 3 m van dekking, zoals struiken of groenblijvers, maar niet zo dichtbij dat katten er vanuit hun schuilplek kunnen toeslaan.
  8. Het water vergeten. Een bevroren drinkbak heeft niemand iets aan.

Wat geef je vogels in de winter niet?

Sommig voedsel doet in elk seizoen meer kwaad dan goed, en de winter is geen uitzondering.

  • Gezouten voedsel, zoals gezouten noten, chips en crackers.
  • Beschimmeld of bedorven voedsel, zoals oud brood, oud zaad en rot fruit.
  • Braadvet uit de braadpan. Gesmolten vet met vleessappen en zout blijft zacht en vettig, kan op veren smeren en bederft snel. Hard vogelvet of puur gesmolten rundvet is iets anders.
  • Melk. Vogels zijn niet gemaakt om lactose te verteren.
  • Chocolade, avocado en cafeïne, die bekend giftig zijn voor vogels.
  • Restjes van de feestdagen, zoals oliebollen, koek en gebak met veel suiker en vet.

Onze uitgebreidere lijst van wat je vogels niet moet voeren gaat op de details in.

Fabels en feiten over voeren in de winter

Fabel: vogels gaan dood als je stopt met voeren. De meeste vogels gebruiken voerders als aanvulling. Het echte risico zit in korte, strenge weersperiodes, dus zorg dan voor voer.

Fabel: voeren in de winter houdt vogels van de trek af. De trek wordt vooral bepaald door daglengte en interne ritmes, niet door voedselaanbod. Voerders houden een gezonde trekvogel niet tegen. Een vogel die laat blijft, is meestal een vogel die toch al bleef.

Fabel: vogelpoten vriezen vast aan metalen zitstokjes. Vogelpoten hebben weinig vocht op de huid en zijn bedekt met schubben, en er is geen goed bewijs dat gezonde vogels vastvriezen aan metaal.

Fabel: vet is alleen voor de winter. Vet is in de winter het praktischst, maar smeltbestendige vetblokken kunnen ook in andere seizoenen.

Snelle feiten

  • Vet levert ongeveer 9 kilocalorieën per gram, meer dan twee keer zoveel als koolhydraten of eiwit.
  • Zwarte zonnebloempitten bestaan voor ongeveer 40 procent uit vet.
  • Kleine zangvogels kunnen het grootste deel van het vet dat ze overdag aankomen in één koude nacht verbranden.
  • De late winter is vaak de schraalste periode voor vogels, niet de vroege winter.
  • Water is net zo belangrijk als voer als alles bevroren is.
  • Wintergasten zoals koperwiek, kramsvogel, keep en barmsijs verschijnen soms alleen tijdens vorstperiodes of invasiejaren in de tuin.

Een eenvoudig voerplan voor de winter

  1. Hang een silo of voederhuisje met zwarte of gepelde zonnebloempitten op.
  2. Hang een vetkooi of vetbollenhouder bij een boomstam voor spechten en boomklevers.
  3. Voeg een nyjersilo toe als je putters of sijzen ziet.
  4. Strooi gierst op een lage voertafel of een vrijgemaakt stukje grond bij dekking voor heggenmussen, mussen en tortels.
  5. Leg bij strenge vorst appels of geweekte rozijnen op de grond voor merels en lijsters.
  6. Houd elke dag water open.
  7. Maak voerders om de paar weken schoon en hark oude doppen en uitwerpselen op.

Voor een breder overzicht van zorg bij koud weer, inclusief beschutting en slaapplaatsen, zie onze gids over vogels voeren in de winter. Vergelijk je zaadmengsels, kies dan mengsels die gebouwd zijn op het voer hierboven en niet op goedkope vulling.

Bronnen

Meest gelezen

Veelgestelde vragen

Wat is het beste voer om in de winter neer te zetten?

Kun je maar één voersoort geven, kies dan zwarte zonnebloempitten. De dunne schil is makkelijk open te krijgen voor kleine vogels en de kern is rijk aan vet, ongeveer 40 procent van het gewicht. Koolmezen, pimpelmezen, groenlingen, vinken, boomklevers, putters en mussen eten ze, dus één voerder ermee bereikt meer wintersoorten dan elk ander zaad.

Mag je vogels in de winter brood geven?

Brood is in kleine hoeveelheden niet giftig, maar het vult en bevat weinig van het vet en eiwit dat vogels nodig hebben om koude nachten te overleven. Een vogel die zich volpropt met brood, heeft minder ruimte voor beter voer. Nat brood schimmelt ook snel. Geef liever zaad, vet, pinda's of stukjes appel.

Wanneer begin je met vogels voeren voor de winter?

Veel mensen beginnen in de herfst, rond de eerste nachtvorst, zodat standvogels en wintergasten de voerplek vinden voordat het echt koud wordt. Het hele jaar voeren kan geen kwaad als je de voerders schoonhoudt. Het belangrijkste is dat er voer is zodra het koud wordt, vooral bij sneeuw en ijzel.

Hebben vogels in de winter water nodig?

Ja. Vogels drinken elke dag en baden om hun veren in goede staat te houden, ook bij vorst. Sneeuw eten kost ze lichaamswarmte. Een ondiepe drinkbak die ijsvrij blijft, of die je op koude ochtenden met lauw water vult, kan net zoveel vogels trekken als een voerder, ook soorten die nooit zaad eten.

Gaan vogels dood als ik in de winter stop met voeren?

Onderzoek laat zien dat de meeste vogels maar een deel van hun dagelijkse voedsel van voerders halen en natuurlijk voedsel blijven zoeken, dus ze zijn niet volledig van jou afhankelijk. Het risico is het grootst bij plotselinge strenge kou, sneeuw of ijzel, als natuurlijk voedsel moeilijk bereikbaar is. Wil je stoppen, bouw dan geleidelijk af en niet midden in een vorstperiode.