Turkse tortel in je tuin lokken: voer, voerplek en nestbomen
Turkse tortel in de tuin lokken: strooi zaden en granen op een voertafel of de grond, zorg voor coniferen of dichte bomen om te broeden en houd alles schoon.
Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

In dit artikel
- De Turkse tortel in het kort
- Hoe herken je een Turkse tortel?
- Waar leeft de Turkse tortel in Nederland en België?
- Wat eet een Turkse tortel?
- De juiste voerplek voor een Turkse tortel
- Water voor Turkse tortels
- Nestbomen en planten voor de Turkse tortel
- Maandkalender: de Turkse tortel door het jaar
- Problemen en hoe je ze oplost
- Veelgemaakte fouten
- De Turkse tortel en de wet
- Kort samengevat
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Een Turkse tortel lok je naar je tuin met zaden en granen op een voertafel of op de grond, water en een paar dichte bomen of coniferen om in te broeden. Meer is meestal niet nodig: deze duif, die sinds rond 1950 in Nederland broedt, leeft graag dicht bij mensen en ontdekt een goede voerplek snel. De kunst is vooral om zo te voeren dat de voerplek schoon blijft en er ruimte blijft voor kleinere vogels.
De Turkse tortel is een van de opvallendste nieuwkomers van de afgelopen eeuw. Rond 1950 werd hij voor het eerst als broedvogel in Nederland vastgesteld en inmiddels hoort zijn driedelige roep bij bijna elke woonwijk. Deze gids laat zien hoe je hem herkent, wat hij eet, hoe je de voerplek inricht, waar hij broedt, wat je per maand doet en welke fouten je beter vermijdt.
De Turkse tortel in het kort
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Streptopelia decaocto |
| Lengte | Ongeveer 31 tot 33 cm |
| Gewicht | Ongeveer 150 tot 220 g |
| Voorkomen in Nederland en België | Algemene broedvogel van dorpen, woonwijken, parken en boerenerven |
| Seizoen | Het hele jaar, standvogel |
| Dieet | Zaden, granen, onkruidzaden; soms bessen, knoppen en jonge blaadjes |
| Voerplek | Voertafel of op de grond |
| Nestplaats | Dun takkennest in bomen en struiken, vaak coniferen; soms op gebouwen |
| Legsel | Meestal 2 witte eieren, meerdere legsels per jaar |
Maten en broedgegevens zijn gangbare waarden uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland.
Hoe herken je een Turkse tortel?
De Turkse tortel is een slanke, middelgrote duif met een lange staart. Het verenkleed is licht zandkleurig grijsbeige, met een iets roze tint op kop en borst. Het beste kenmerk is de smalle zwarte halsband in de nek, aan beide kanten wit omzoomd. De vleugelpunten zijn donker, de onderkant van de staart is aan het eind wit. Het oog is donkerrood, de snavel donker en de poten roze tot rood.
In de vlucht zie je een lichte duif met donkere handpennen en een lange staart met een brede witte eindband aan de onderkant. Bij de landing spreidt hij die staart vaak, en dan valt het contrast tussen zwart en wit goed op.
Mannetje, vrouwtje en jong
Mannetje en vrouwtje zien er vrijwel hetzelfde uit en zijn in het veld niet betrouwbaar uit elkaar te houden. Het gedrag helpt wel: het mannetje roept veel, maakt baltsvluchten en buigt met opgezette borst voor het vrouwtje.
Jonge Turkse tortels missen eerst de zwarte halsband of hebben er alleen een vaag begin van. Ze zijn wat doffer, met lichte randjes aan de veren van rug en vleugels. Binnen enkele weken tot maanden krijgen ze het volwassen kleed.
Roep en geluiden
- Roep van het mannetje: een driedelig “koe-KOE-koe”, met de nadruk op de middelste lettergreep. Die hoor je vaak al vroeg in de ochtend en bijna het hele jaar door.
- Bij de landing of opwinding: een nasaal, wat hees “krèèh”.
- Baltsvlucht: het mannetje stijgt klapwiekend op en zweeft dan met gespreide staart in een boog naar beneden.
De roep wordt vaak verward met die van de houtduif. Het verschil zit in het ritme: de tortel roept drie lettergrepen, de houtduif een langere reeks van meestal vijf. Onze gids over vogels herkennen aan hun zang helpt je op weg.

Soorten die op de Turkse tortel lijken
- Zomertortel: kleiner, met een roodbruine rug met zwarte vlekken en een zwart-wit gestreepte halsvlek in plaats van een halsband. Een zomergast die sterk is afgenomen en in tuinen zeldzaam is.
- Houtduif: groter en zwaarder, blauwgrijs, met een witte halsvlek en witte vleugelband.
- Holenduif: blauwgrijs, zonder wit, met een groen glanzende halsvlek.
- Stadsduif: zeer variabel van kleur, maar meestal grijs met twee zwarte vleugelstrepen.
- Lachduif: een gekweekte vorm die soms ontsnapt, nog lichter en kleiner, met een ander geluid.
Waar leeft de Turkse tortel in Nederland en België?
De Turkse tortel is bij uitstek een vogel van de bebouwde omgeving. Hij leeft in dorpen, woonwijken, stadsparken, rond boerderijen, graanopslag en maneges. Wat hij nodig heeft zijn bomen of dichte struiken om in te broeden en open plekken met zaden en granen om te eten. Uitgestrekte bossen en open akkers zonder bebouwing mijdt hij grotendeels.
Zijn geschiedenis is bijzonder. Tot het begin van de twintigste eeuw kwam de Turkse tortel in Europa vooral voor in Turkije en op de Balkan. Daarna breidde hij zich in korte tijd uit naar het noordwesten. In Nederland werd rond 1950 het eerste broedgeval vastgesteld, en binnen een paar decennia was de soort in het hele land te vinden. Hij is een standvogel: de meeste Turkse tortels blijven hun hele leven in de buurt van waar ze geboren zijn, al verspreiden jonge vogels zich over grotere afstanden.
Waarom breidde de Turkse tortel zich zo snel uit?
Er is geen eenduidige verklaring, maar een paar eigenschappen hebben zeker geholpen. De Turkse tortel broedt dicht bij mensen, waar weinig roofvogels jagen en waar altijd wel gemorst graan of voer te vinden is. Hij heeft een heel lang broedseizoen met meerdere legsels per jaar, zodat een populatie snel kan groeien. En jonge vogels verspreiden zich soms over honderden kilometers, waardoor ze nieuwe gebieden bereiken. Samen verklaart dat waarschijnlijk een groot deel van de opmars. Na de snelle groei zijn de aantallen in Nederland in grote lijnen gestabiliseerd, met plaatselijk op- en neergaande trends die Sovon in de broedvogeltellingen volgt.
Gedrag in de tuin
Turkse tortels zijn rustige, vaak wat afwachtende vogels. Ze komen meestal als paar, lopen kalm over de voertafel of het gras en vliegen bij schrik met klappende vleugels op naar een dak of boom. Een paar blijft vaak het hele jaar samen en verdedigt een klein gebied rond de nestplek tegen andere tortels. Je ziet ze regelmatig naast elkaar op een tak of dakgoot zitten, soms elkaar poetsend. In de winter vormen ze bij goede voedselbronnen kleine groepjes, bijvoorbeeld rond graanopslag of een drukke voertafel.
Wat eet een Turkse tortel?
De Turkse tortel is vooral een zaadeter. Hij eet granen zoals tarwe, gerst en maïs, onkruidzaden, zaden van grassen en gemorste zaden rond voederhuisjes en graanopslag. In de zomer en herfst eet hij daarnaast bessen, en in het voorjaar pikt hij soms jonge blaadjes en knoppen. Hij zoekt zijn voedsel bijna altijd op de grond of op een platte ondergrond, lopend en pikkend.
Zoals alle duiven voert de Turkse tortel zijn jongen in de eerste dagen met kropmelk. Dat is een voedzame substantie die in de krop van beide ouders wordt gemaakt. Later krijgen de jongen steeds meer voorverteerde zaden.

Het beste voer voor Turkse tortels
| Voer | Waarom het werkt | Hoe aanbieden |
|---|---|---|
| Strooivoer met granen en zaden | Past bij zijn natuurlijke dieet | Voertafel of op de grond |
| Tarwe en gebroken maïs | Veel energie, makkelijk te eten | Kleine hoeveelheden op een voertafel |
| Gepelde zonnebloempitten | Voedzaam en zonder doppen | Voertafel |
| Gemorst zaad onder silo’s | Hier foerageert hij van nature | Laat een deel liggen, veeg de rest op |
| Kleine zaden zoals gierst | Ook gegeten door mussen en vinken | Voertafel |
Een eenvoudig strooivoer met granen is genoeg. Duur voer is niet nodig. Onze gids over een voertafel laat zien welke types makkelijk schoon te houden zijn, want juist bij duiven is hygiëne belangrijk.
Voor een voertafel die Turkse tortels en andere grondeters goed kunnen gebruiken, kies je een model met een afwaterende bodem. Bekijk de prijs op Amazon Het aanbod verschilt per land.
Wat je beter niet geeft
Brood, beschuit, gezouten etensresten en gekookte rijst met saus horen niet op de voerplek. Brood vult de maag maar levert weinig voedingsstoffen, en nat brood beschimmelt snel. Grote hoeveelheden brood trekken bovendien stadsduiven, meeuwen en ratten aan. Onze gids is brood slecht voor vogels legt uit waarom.
De juiste voerplek voor een Turkse tortel
Turkse tortels vinden een voerplek snel en komen vaak als paar. Soms komen er in de winter kleine groepjes. Met een paar keuzes houd je het gezellig en gezond:
- Voer laag en open. Een voertafel of een schone plek op de grond met overzicht werkt het best. Tortels willen kunnen zien wat er om hen heen gebeurt.
- Een boom of schutting in de buurt. Ze gaan graag eerst op een dak, schutting of tak zitten om rond te kijken voordat ze landen.
- Kleine porties. Geef zoveel als er op een dag wordt opgegeten. Een grote hoop zaad blijft liggen, wordt nat en trekt ratten aan.
- Scheid de voerplekken. Wil je ook mezen en vinken voeren, hang dan silo’s op een andere plek dan de voertafel voor duiven. Zo raken kleine vogels niet verdrongen.
- Verplaats de voerplek af en toe. Door op de grond steeds een paar meter te schuiven voorkom je dat ziektekiemen en uitwerpselen zich ophopen.
Meer algemene tips staan in onze gids waar hang je een voederhuisje.
Water voor Turkse tortels
Duiven drinken op een bijzondere manier: ze zuigen water op zonder hun kop achterover te houden, anders dan de meeste andere vogels. Een ondiepe schaal met een stevige rand waar ze op kunnen staan, is ideaal. Zet hem op een open plek met overzicht. Omdat duiven ziektes via water kunnen overdragen, is schoon water extra belangrijk: ververs het vaak en boen de schaal regelmatig. Onze gids een vogelbad schoonmaken legt uit hoe.
Nestbomen en planten voor de Turkse tortel
De Turkse tortel gebruikt geen nestkast. Hij bouwt een dun platform van takjes in een boom of struik, vaak zo dun dat je de eieren van onderen kunt zien. Coniferen, zoals taxus, jeneverbes of andere groenblijvende bomen, zijn favoriet omdat ze het hele jaar dekking geven. Ook in klimop, dichte haagbeuk of fruitbomen broedt hij. Soms kiest hij een plek op een gebouw, zoals een balk, een lantaarnpaal of de bovenkant van een regenpijp.
| Plant | Wat de Turkse tortel eraan heeft |
|---|---|
| Taxus (Taxus baccata) | Groenblijvende, dichte nestboom |
| Gewone jeneverbes (Juniperus communis) | Dichte, groenblijvende struik |
| Hulst (Ilex aquifolium) | Beschutte nest- en slaapplek |
| Haagbeuk (Carpinus betulus) | Dichte haag, blad blijft vaak lang hangen |
| Klimop (Hedera helix) | Dekking tegen muren en in bomen |
| Meidoorn (Crataegus monogyna) | Doornige nestplek, bessen in de herfst |
| Gewone vlier (Sambucus nigra) | Bessen in de nazomer |
| Grassen en wilde planten die zaad zetten | Natuurlijk zaad in herfst en winter |
Laat in het najaar een deel van de uitgebloeide planten staan. De zaden zijn voedsel voor tortels, vinken en mussen. Onze gids over zaadhoofden die je laat staan laat zien welke het meest opleveren.

Het broedseizoen van de Turkse tortel
De Turkse tortel heeft een van de langste broedseizoenen van onze tuinvogels. Bij zacht weer kan hij al in februari beginnen en tot in oktober of later doorgaan. Het vrouwtje legt meestal twee witte eieren, die beide ouders om beurten ongeveer twee weken bebroeden. De jongen verlaten na ongeveer twee tot drie weken het nest en worden daarna nog een tijdje door de ouders gevoerd, vaak door het mannetje, terwijl het vrouwtje al aan een volgend legsel begint.
Door dat tempo kan een paar in een goed jaar meerdere legsels grootbrengen. Nesten gaan wel vaak verloren, bijvoorbeeld door eksters, gaaien en katten of doordat een dun nest bij storm uit de boom waait.
Vind je een jonge tortel op de grond, dan is het meestal een uitvlieger die nog door de ouders wordt gevoerd. Onze gids een jong vogeltje gevonden legt uit wanneer hulp wel nodig is.
Maandkalender: de Turkse tortel door het jaar
| Maand | Wat er gebeurt | Wat jij doet |
|---|---|---|
| Januari | Paren en kleine groepjes bij voerplekken | Kleine porties strooivoer, water ijsvrij houden |
| Februari | Roep wordt vaker gehoord, eerste nestbouw bij zacht weer | Coniferen en hagen niet meer snoeien |
| Maart | Nestbouw, eerste legsels | Rust rond nestbomen |
| April | Jongen in het nest, nieuwe legsels | Voerplek schoon, water verversen |
| Mei | Uitvliegende jongen zonder halsband | Katten in de gaten houden |
| Juni | Volgende legsels | Kleine porties, voerplek verplaatsen |
| Juli | Broeden gaat door | Water geven bij warm weer |
| Augustus | Jonge vogels zelfstandig, soms nog legsels | Vogelbad extra vaak schoonmaken |
| September | Laatste broedsels | Zaadhoofden laten staan |
| Oktober | Groepjes rond graan en voerplekken | Voertafel schoonmaken |
| November | Paren blijven samen in hun gebied | Strooivoer op een vaste, schone plek |
| December | Groepjes bij voerplekken, vooral bij vorst | Kleine porties, water ijsvrij houden |
Problemen en hoe je ze oplost
Trichomonas en hygiëne
Duiven kunnen de parasiet Trichomonas gallinae bij zich dragen. Bij andere tuinvogels, vooral groenlingen en vinken, veroorzaakt die een ernstige ziekte. Zieke vogels zitten opgezet, hebben moeite met slikken en hebben soms een natte, vervuilde snavel. Zie je zieke vogels, stop dan een paar weken met voeren en water geven, maak alles grondig schoon en begin daarna met kleinere porties. Onze gids over zieke vogels bij het voederhuisje geeft een stappenplan.
Duiven die alles opeten
Turkse tortels, houtduiven en stadsduiven kunnen samen veel voer wegwerken. Geef duiven een eigen, kleine portie op een voertafel en hang zaden voor kleinere vogels in silo’s of kooien waar duiven niet bij kunnen.
Ratten
Gemorst zaad op de grond trekt ratten en muizen aan. Geef kleine porties die dezelfde dag op zijn, veeg restjes op en zet geen zaad neer in de schemering.
Katten en rovers
Turkse tortels eten op de grond en zijn daardoor kwetsbaar voor katten en sperwers. Houd de voerplek open, zodat ze gevaar op tijd zien, maar met een boom of schutting binnen vluchtafstand.
Veelgemaakte fouten
- Grote hopen voer op de grond. Dat wordt nat, beschimmelt en trekt ratten en groepen duiven aan.
- Brood als hoofdvoer. Het vult, maar levert te weinig voedingsstoffen.
- Nooit schoonmaken. Juist bij duiven zijn een schone voertafel en vers water belangrijk.
- Alles op één plek voeren. Scheid duivenvoer en voer voor kleine vogels.
- Coniferen en hagen snoeien in het broedseizoen. Door het lange broedseizoen kun je bij de Turkse tortel beter altijd eerst controleren of er een nest zit.
- Een nest verplaatsen. Dat is niet toegestaan en de ouders verlaten het dan meestal.
De Turkse tortel en de wet
In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd. Dat vloeit voort uit de Europese Vogelrichtlijn en is uitgewerkt in de nationale natuurwetgeving. Het is verboden om nesten in gebruik te verstoren of te vernielen en om eieren of jongen weg te nemen. Door het lange broedseizoen van de Turkse tortel is het verstandig om voor elk snoeiwerk aan coniferen, hagen en klimop eerst te kijken of er een nest zit.
Kort samengevat
Wil je Turkse tortels in je tuin, geef dan kleine porties strooivoer met granen op een voertafel of een schone plek op de grond, zorg voor vers water en plant een paar dichte, groenblijvende bomen of struiken om in te broeden. Houd de voerplek schoon, voer duiven en kleinere vogels op aparte plekken en snoei niet zonder eerst te controleren. Dan hoor je zijn zachte koe-KOE-koe nog lang in je eigen tuin.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wat eet een Turkse tortel?
Een Turkse tortel eet vooral zaden en granen: tarwe, gerst, gebroken maïs, onkruidzaden en gemorste zaden onder voederhuisjes. Daarnaast pikt hij af en toe bessen, jonge blaadjes en knoppen. In de tuin eet hij het liefst op de grond of op een voertafel. Hangende silo's en vetbollen gebruikt hij nauwelijks, omdat hij daar niet goed op kan zitten.
Waarom roept een Turkse tortel steeds hetzelfde?
De bekende roep koe-KOE-koe, met de nadruk op de middelste lettergreep, is de zang van het mannetje. Hij gebruikt die om zijn territorium af te bakenen en een vrouwtje te lokken. Omdat Turkse tortels een groot deel van het jaar broeden, hoor je de roep bijna het hele jaar, vaak vroeg in de ochtend en herhaald vanaf een dak, antenne of boom.
Hoe vaak broedt een Turkse tortel per jaar?
Turkse tortels hebben een heel lang broedseizoen, soms van het vroege voorjaar tot in de late herfst. Een paar kan meerdere legsels per jaar hebben, telkens met meestal twee witte eieren. Het nest is een dun platformpje van takjes in een boom of struik, vaak een conifeer. Door de vele legsels kan de soort zich snel uitbreiden.
Sinds wanneer is de Turkse tortel in Nederland?
De Turkse tortel kwam in de twintigste eeuw vanuit de Balkan naar het noordwesten van Europa. In Nederland werd hij rond 1950 voor het eerst als broedvogel vastgesteld. Binnen enkele tientallen jaren verspreidde hij zich over het hele land en werd hij een gewone vogel van dorpen, woonwijken en boerenerven.
Wat is het verschil tussen een Turkse tortel en een houtduif?
Een Turkse tortel is kleiner en slanker, zandkleurig grijsbeige, met een smalle zwarte halsband in de nek. Een houtduif is veel groter en zwaarder, blauwgrijs, met een witte vlek op de halszijde en een witte band op de vleugel die in de vlucht goed te zien is. Ook de roep verschilt: drie lettergrepen bij de tortel, vijf bij de houtduif.