Keep in je tuin lokken: de wintergast uit het noorden
Keep in de tuin lokken: strooi zonnebloempitten en zaden laag bij een voertafel, laat beukennootjes en zaadhoofden liggen en voer trouw van oktober tot maart.

In dit artikel
- De keep in het kort
- Hoe herken je een keep?
- Waar en wanneer zie je keepen?
- Wat eet een keep?
- De juiste voerplek voor keepen
- Water voor keepen
- Planten en tuininrichting voor keepen
- Nestelen: waarom je hier geen keepennest vindt
- Maandkalender: de keep door het jaar
- Problemen en hoe je ze oplost
- Veelgemaakte fouten
- Keepen tellen en melden
- De keep en de wet
- Kort samengevat
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Een keep in de tuin lokken doe je met zonnebloempitten en kleine zaden laag bij de grond, op een voertafel van 0,5 tot 1 meter hoog of een schone plek onder een voerplek waar al vinken komen. De keep is een wintergast uit Scandinavië en Rusland en zit bijna altijd tussen vinken. Heb je in de winter vinken in je tuin, dan heb je ook een kans op keepen. Houd de voerplek aantrekkelijk en betrouwbaar van oktober tot in maart, en beukennootjes en zaadhoofden te laten liggen.
Deze gids laat zien hoe je een keep herkent tussen de vinken, wanneer je hem kunt verwachten, wat hij eet, hoe je de voerplek inricht en wat je in elke maand kunt doen. Omdat de keep bij ons bijna nooit broedt, gaat het vooral om de winter.
De keep in het kort
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Fringilla montifringilla |
| Lengte | Ongeveer 14 tot 16 cm |
| Gewicht | Ongeveer 20 tot 30 g |
| Voorkomen in Nederland en België | Doortrekker en wintergast in het hele land, in wisselende aantallen; broedt hier vrijwel nooit |
| Seizoen | Vooral van oktober tot maart, de doortrek begint eind september |
| Dieet | Winter: beukennootjes en zaden; zomer: vooral insecten |
| Voerplek | Grond, lage voertafel, strooivoer onder silo’s |
| Nestplaats | Komnest in berken- en naaldbossen in Scandinavië en Rusland |
| Legsel | Meestal 5 tot 7 eieren (in het broedgebied) |
Deze waarden zijn gangbare gegevens uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland.
Hoe herken je een keep?
De keep is een naaste verwant van de vink en heeft ongeveer hetzelfde formaat en postuur: een slanke vink met een kegelvormige snavel en een licht gevorkte staart. Het belangrijkste kenmerk bij alle keepen is de witte stuit. Als een keep opvliegt, zie je een smalle witte baan boven de staart, terwijl de vink daar groenig is. Verder vallen de oranje borst en oranje schoudervlek op, die bij geen andere tuinvogel in deze combinatie voorkomen.
Mannetje, vrouwtje en jong
Het mannetje in winterkleed, zoals je hem in de tuin ziet, heeft een oranje borst en schouders, een witte buik met een paar donkere vlekjes op de flanken en een kop en mantel die zwart gevlekt zijn met bruine veerranden. De snavel is in de winter geel met een donkere punt. In de loop van het voorjaar slijten de bruine randjes af en krijgt het mannetje een glanzend zwarte kop en rug en een zwarte snavel. Soms zie je in maart al mannetjes met een bijna zwarte kop in de tuin.
Het vrouwtje is bleker oranje op borst en schouders, met een grijsbruine kop, twee donkere strepen aan de zijkant van de kruin en een grijze vlek op de zijkant van de nek. Ze heeft wel dezelfde witte stuit en witte buik als het mannetje.
Jonge keepen lijken op het vrouwtje. Die zie je in Nederland en België vooral in hun eerste winter, als ze al veel op volwassen vrouwtjes lijken.

Roep
- Roep: een nasaal, wat klagend en rekkend “tsweep” of “èèp”, dat duidelijk anders klinkt dan het heldere “pink” van de vink. Wie dat geluid tussen de vinken hoort, weet dat er een keep in de buurt is.
- Vluchtroep: een kort, hard “jek”, vaak te horen bij groepjes die overvliegen tijdens de najaarstrek.
- Zang: een eentonig, zoemend “dzweee”, dat je in Nederland zelden hoort, omdat de keep hier bijna niet broedt.
Onze gids vogelgeluiden leren helpt bij het herkennen van de roepen van vinkachtigen.
Soorten die op de keep lijken
- Vink: roze in plaats van oranje, twee duidelijke witte vleugelstrepen, blauwgrijze kruin bij het mannetje en een groenige stuit.
- Goudvink (vrouwtje): heeft ook een witte stuit, maar een zwarte kap, een dikke zwarte snavel en een egaal grijsbruine onderkant zonder oranje.
- Roodborst: oranje op borst en gezicht, maar met een dun snaveltje en een bruine rug zonder vlekken.
- Huismus (vrouwtje): bruin en gestreept, zonder oranje en zonder witte stuit.
Waar en wanneer zie je keepen?
De keep broedt in de berkenbossen, gemengde bossen en naaldbossen van Scandinavië, Finland en Rusland. In de nazomer trekt vrijwel de hele populatie naar het zuiden en westen. In Nederland en België komen de eerste keepen meestal eind september of in oktober. Op trekdagen kun je dan groepjes keepen tussen de stromen vinken horen overvliegen.
Waar keepen de winter doorbrengen, hangt sterk af van de beukennootjes. In jaren waarin de beuken in Midden-Europa veel nootjes dragen, blijven keepen daar in grote groepen. Van zulke plekken zijn enorme gezamenlijke slaapplaatsen beschreven, met soms miljoenen vogels. In jaren met weinig beukennootjes trekken ze verder en verspreiden ze zich meer. Daardoor wisselen de aantallen in Nederland en België per winter sterk.
In de tuin verschijnen keepen vooral als het buiten moeilijk wordt: bij vorst, sneeuw of als de beukennootjes op zijn. Ze sluiten dan aan bij groepjes vinken op voerplekken. Meestal gaat het om een of een paar keepen tussen de vinken, maar in koude winters kunnen het er meer zijn. In maart en april vertrekken ze weer naar het noorden.
Wat eet een keep?
Het menu van de keep verschuift sterk met de seizoenen:
- Winter: vooral zaden. Beukennootjes zijn het favoriete wintervoer, maar keepen eten ook zaden van kruiden, berken, naaldbomen en granen van akkers. Ze zoeken vooral op de grond, lopend en hippend tussen afgevallen blad.
- Voorjaar: nog zaden, aangevuld met knoppen en de eerste insecten.
- Zomer (in het broedgebied): vooral insecten, rupsen en andere ongewervelden, waarmee ook de jongen worden gevoerd.
Het beste voer voor keepen
| Voer | Waarom het werkt | Hoe aanbieden |
|---|---|---|
| Gepelde zonnebloempitten | Zacht, vetrijk en zonder doppen | Voertafel of schone plek op de grond |
| Zwarte zonnebloempitten | Veel energie in koude periodes | Voertafel, silo met zitstokjes |
| Strooivoermengsel voor tuinvogels | Gebroken granen, hennep, koolzaad en kleine zaden | Lage voertafel of grond |
| Gebroken ongezouten pinda’s | Vet en eiwit | Klein gebroken op de voertafel |
| Vetkruimels | Extra energie bij vorst | Schaaltje of voertafel |
| Beukennootjes | Natuurlijk wintervoer | Laten liggen onder beuken en beukenhagen |
Zonnebloempitten zijn de basis. Onze gids over zwarte zonnebloempitten legt uit waarom deze pit zo goed werkt, en in de gids over vogelvoer voor de meeste vogelsoorten lees je hoe je een goed strooimengsel herkent. Kies een mengsel met veel pitten en kleine zaden en weinig tarwe of hele maïskorrels.

Wat je beter niet geeft
Brood, gezouten pinda’s, chips en gekruide etensresten horen niet op de voerplek. Ze bevatten weinig van wat een kleine vogel in de winter nodig heeft. Een compleet overzicht staat in onze gids wat mag je vogels niet voeren.
De juiste voerplek voor keepen
Keepen gedragen zich op de voerplek grotendeels als vinken: ze eten graag in groepjes, laag en met overzicht. Zo richt je het in:
- Voer laag. Een voertafel op een halve tot een meter hoogte, een lage schaal of een schone plek op het gras of een tegelpad werkt het best. Keepen eten ook wel uit silo’s, maar vaker onder de silo tussen wat andere vogels laten vallen. Onze gids over voertafels laat zien welke types handig zijn.
- Overzicht en dekking. Keepen willen rondom kunnen kijken, met een haag of struik op een paar meter afstand om naartoe te vluchten als er een sperwer komt.
- Kleine, vaste porties. Strooi niet meer dan in een dag op gaat, maar doe het wel elke dag, bij voorkeur ‘s ochtends. Keepen die rondzwerven, onthouden betrouwbare plekken.
- Wissel de plek. Verplaats voer op de grond regelmatig een paar meter om ophoping van uitwerpselen te voorkomen.
- Blijf voeren tot het voorjaar. Juist in februari en maart is er weinig natuurlijk voedsel over en blijven keepen soms tot in april.
Meer over afstand, hoogte en dekking vind je in onze gids waar hang je een voederhuisje. Komen er ondanks alles geen vogels, lees dan waarom vogels niet naar een nieuw voederhuisje komen.
Water voor keepen
Ook keepen hebben in de winter dagelijks water nodig, zeker bij vorst als plassen en sloten bevroren zijn. Een ondiepe schaal van een paar centimeter diep met een ruwe bodem is voldoende. Zet hem op een open plek met dekking op enige afstand. Ververs het water om de paar dagen en zorg bij vorst voor ijsvrij water door ‘s ochtends lauw water te geven. Voeg nooit zout of antivries toe.
Planten en tuininrichting voor keepen
Omdat keepen hier niet broeden, draait de tuininrichting om wintervoer en dekking:
| Plant | Wat de keep eraan heeft |
|---|---|
| Beuk (Fagus sylvatica) | Beukennootjes, ook als haag; houdt in de winter bruin blad vast als dekking |
| Haagbeuk (Carpinus betulus) | Zaden in de herfst, dichte haag |
| Ruwe berk (Betula pendula) | Kleine zaadjes in de winter |
| Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) | Dichte haag als vluchtplek bij de voerplek |
| Grove den (Pinus sylvestris) | Zaden uit kegels, dekking in de winter |
| Zonnebloem | Zaadhoofden laten staan tot in de winter |
| Wilde kruiden zoals melde, zuring en vogelmuur | Kleine zaden op de grond |
Een losse beuk of beukenhaag met afgevallen nootjes eronder is voor keepen goud waard. Laat het blad en de nootjes onder de haag liggen in plaats van ze op te ruimen. Onze gids laat het blad liggen legt uit waarom een opgeruimde tuin vogels in de winter voedsel kost, en de gids over zaadhoofden die je laat staan laat zien welke planten het meest opleveren.

Nestelen: waarom je hier geen keepennest vindt
De keep broedt in de noordelijke bossen. Het vrouwtje bouwt daar een komnest van mos, gras en korstmossen in een boom, vaak een berk of naaldboom, en werkt het af met berkenbast en spinrag, zodat het goed gecamoufleerd is. De jongen worden grootgebracht met rupsen en andere insecten, die in de korte noordelijke zomer volop te vinden zijn.
In Nederland en België zijn broedgevallen zeldzaam en uitzonderlijk. Een nestkast ophangen voor keepen heeft dus geen zin, en ook de soort zelf zou die niet gebruiken, omdat hij een open nest bouwt. Hoor je in mei of juni het zoemende “dzweee” in je buurt, meld het dan bij Sovon of via een waarnemingenplatform, want dat is bijzonder.
Maandkalender: de keep door het jaar
| Maand | Wat er gebeurt | Wat jij doet |
|---|---|---|
| Januari | Keepen tussen vinken op voerplekken, vooral bij vorst | Dagelijks zaden laag aanbieden, water ijsvrij houden |
| Februari | Nog veel wintergasten, natuurlijk voedsel raakt op | Voeren doorzetten, voerplek wisselen |
| Maart | Mannetjes krijgen een zwartere kop, begin van de terugtrek | Voeren doorgaan, niet abrupt stoppen |
| April | Laatste keepen vertrekken naar het noorden | Porties kleiner maken, voerplek schoonmaken |
| Mei | Broedseizoen in Scandinavië en Rusland | Tuin inrichten voor de volgende winter |
| Juni | Jongen worden in het noorden gevoerd met insecten | Beuk of haagbeuk planten in het najaar plannen |
| Juli | Geen keepen in de tuin | Zaadplanten laten groeien |
| Augustus | Rui in het broedgebied | Zaadhoofden laten staan |
| September | Eerste doortrekkers eind september | Voertafel en vogelbad schoonmaken en klaarzetten |
| Oktober | Piek van de najaarstrek, groepjes tussen vinken | Voer weer uitbreiden, beukennootjes laten liggen |
| November | Wintergasten verdelen zich, soms grote groepen in beukenbossen | Dagelijks laag voeren |
| December | Keepen komen naar tuinen bij sneeuw en vorst | Elke ochtend voeren, lauw water bij vorst |
De timing en de aantallen verschillen sterk per jaar. Na een goed beukenjaar in Midden-Europa kan het in je tuin een stille winter worden, en na een slecht beukenjaar of bij strenge vorst kun je er juist meer zien.
Problemen en hoe je ze oplost
Ziekten bij voerplekken
Keepen eten in groepjes en veel van de grond, net als vinken. Daardoor lopen ze risico op ziekten die via voerplekken worden overgebracht, zoals trichomonose en salmonellose. Zieke vogels zitten opgezet, zijn traag en laten zich makkelijk benaderen. Zie je dat, stop dan een week of twee met voeren en water geven, maak alles grondig schoon en begin daarna weer met kleine porties op een schone plek. Onze gidsen over zieke vogels bij de voerplek en voederhuisjes schoonmaken geven een stappenplan.
Sperwers
Een groep vinken en keepen op het gras trekt sperwers aan. Dat is natuurlijk gedrag. Zorg voor een dichte haag of struik op een paar meter afstand, zodat de vogels kunnen wegduiken.
Ratten en duiven
Voer op de grond trekt ratten en duiven. Strooi kleine porties, gebruik gepelde pitten zodat er minder resten blijven liggen en ruim ‘s avonds op wat er over is. Onze gids over ratten bij het voederhuisje helpt als het al mis is.

Botsingen met ramen
Groepjes vinken en keepen die schrikken, vliegen soms tegen ramen. Zet voerplekken ofwel binnen een meter van het raam, ofwel verder weg dan ongeveer vijf meter, en maak grote ramen zichtbaar met stickers of raamfolie aan de buitenkant.
Veelgemaakte fouten
- Alleen hangende silo’s. Keepen eten vooral laag. Strooi ook op een voertafel of de grond.
- Beukennootjes en blad opruimen. Daarmee haal je het natuurlijke wintervoer weg.
- Te veel voer op de grond. Natte hopen zaad beschimmelen en trekken ratten aan.
- Stoppen met voeren in februari. Juist dan is het natuurlijke voedsel op.
- Elke winter keepen verwachten. De aantallen wisselen sterk. Een stille winter zegt niets over je tuin.
- Nooit schoonmaken. Juist bij groepen zaadeters verspreiden ziekten zich snel.
Keepen tellen en melden
Omdat de aantallen keepen zo sterk wisselen, zijn waarnemingen uit tuinen waardevol. Doe mee aan de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland in januari, of aan de tuinvogeltelling van Natuurpunt in Vlaanderen. Je telt dan een half uur lang het hoogste aantal vogels per soort dat je tegelijk ziet. Let bij groepjes vinken extra goed op: tel ze rustig, kijk naar de stuit als ze opvliegen en zoek naar oranje borsten. Juist de keep wordt tussen vinken makkelijk over het hoofd gezien.
Een verrekijker helpt om keepen tussen de vinken te onderscheiden, zeker als ze onder een haag of tussen blad zoeken. Een foto door het raam is ook genoeg om later rustig na te kijken of het echt een keep was.
De keep en de wet
In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd, ook wintergasten zoals de keep. Die bescherming komt voort uit de Europese Vogelrichtlijn en is uitgewerkt in de nationale natuurwetgeving. Vangen, verstoren of houden van wilde vogels is verboden.
Kort samengevat
Wil je keepen in je tuin, zorg dan eerst voor een goede wintervoerplek voor vinken: zonnebloempitten en kleine zaden laag op een voertafel of een schone plek op de grond, met dekking op een paar meter afstand. Laat beukennootjes, blad en zaadhoofden liggen, geef dagelijks schoon water en voer trouw van oktober tot in maart. Kijk en luister dan goed tussen de vinken: een oranje borst, een witte stuit en een nasaal “tsweep” verraden de keep.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wanneer zie je een keep in de tuin?
De keep is bij ons vooral een wintergast en doortrekker. De eerste vogels komen meestal eind september of in oktober uit Scandinavië en Rusland, en de laatste vertrekken in maart of april weer naar het noorden. In de tuin zie je keepen het vaakst in koude periodes van december tot en met maart, als er sneeuw ligt of als beukennootjes in de bossen op zijn.
Wat is het verschil tussen een keep en een vink?
De keep heeft een oranje borst en een oranje schoudervlek, een donker gevlekte of zwarte kop en een opvallend witte stuit die je ziet als hij wegvliegt. De vink heeft een roze borst, een blauwgrijze kruin, twee witte vleugelstrepen en een groenige stuit. Vrouwtjes keep zijn bleker, met een grijze nek en donkere strepen op de kop, maar ook zij hebben de witte stuit.
Wat eet een keep op de voerplek?
Keepen eten op voerplekken vooral zonnebloempitten, gepelde zonnebloempitten, gebroken granen, hennep en andere kleine zaden. Ze zoeken het liefst op de grond of op een lage voertafel, vaak samen met vinken. In de natuur eten ze in de winter veel beukennootjes. Strooi daarom ook voer laag en laat afgevallen beukennootjes onder een beuk of beukenhaag gewoon liggen.
Broedt de keep in Nederland of België?
Bijna nooit. De keep broedt in de berken- en naaldbossen van Scandinavië, Finland en Rusland. In Nederland en België zijn broedgevallen zeldzame uitzonderingen. Een keep die in mei of juni in je tuin zingt, is dus bijzonder. In de zomer eten keepen en hun jongen vooral insecten, die ze in de noordelijke bossen in grote aantallen vinden.
Waarom zie ik het ene jaar veel keepen en het andere jaar bijna geen?
De aantallen keepen hangen sterk af van de voedselsituatie. In jaren met veel beukennootjes in Midden-Europa en Scandinavië blijven keepen daar in grote groepen, en in andere jaren trekken ze verder of juist naar andere streken. Ook strenge winters met sneeuw verplaatsen de vogels. Een winter met veel keepen in je tuin kan daardoor gevolgd worden door een winter met bijna geen.