Boomklever in je tuin lokken: voer, nestkast en bomen

Boomklever in de tuin lokken: hang pinda's, zonnepitten en vet bij oude bomen, geef hazelnoten en hang een nestkast met een gat van 32 mm tegen een dikke stam.

Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

Een boomklever loopt met de kop omlaag over de stam van een oude eik naar een pindasilo (AI-illustratie)
Door AI gegenereerde illustratie, geen foto
In dit artikel
  1. De boomklever in het kort
  2. Hoe herken je een boomklever?
  3. Waar leeft de boomklever in Nederland en België?
  4. Wat eet een boomklever?
  5. De juiste voerplek voor een boomklever
  6. Water voor boomklevers
  7. Bomen en planten die boomklevers helpen
  8. Een nestkast voor de boomklever
  9. Maandkalender: de boomklever door het jaar
  10. Problemen en hoe je ze oplost
  11. Veelgemaakte fouten
  12. De boomklever en de wet
  13. Kort samengevat
  14. Bronnen
  15. Veelgestelde vragen

Wil je een boomklever in de tuin lokken, hang dan vet en noten bij oude bomen: ongezouten pinda’s, zonnebloempitten, hazelnoten en vetblokken in een silo of op een voertafel. Minstens zo belangrijk is de plek. Boomklevers leven in bomen met ruwe schors, dus een tuin die grenst aan een park, een laan of een bosrand heeft een grote voorsprong. Hang daarnaast een nestkast met een vlieggat van ongeveer 32 mm tegen een stevige stam, dan geef je ze ook een broedplek.

De boomklever is een vogel die je niet snel vergeet. Hij loopt met de kop omlaag over een stam, roept luid en helder, en hamert pinda’s in de schors alsof hij een timmerman is. Deze gids laat zien hoe je een boomklever vaste gast maakt: herkenning, voer, voerplekken, water, bomen en struiken, de juiste nestkast, een maandkalender en de fouten die je beter vermijdt.

De boomklever in het kort

KenmerkDetails
Wetenschappelijke naamSitta europaea
LengteOngeveer 14 cm
GewichtOngeveer 20 tot 25 g
Voorkomen in Nederland en BelgiëAlgemeen in oude loofbossen, parken, landgoederen en lanen, vooral op de zandgronden; ook in steeds meer stadsparken
SeizoenHet hele jaar, standvogel
DieetInsecten en spinnen uit de schors; in herfst en winter vooral zaden en noten zoals beukennootjes en hazelnoten
VoerplekPindasilo, zadensilo, vetblokhouder, voertafel
NestplaatsBoomholte of nestkast, vlieggat met modder verkleind
LegselMeestal 5 tot 8 eieren, één legsel per jaar

Maten en broedgegevens zijn gangbare waarden uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland. Individuele vogels kunnen iets afwijken.

Hoe herken je een boomklever?

Een boomklever is een compacte, gedrongen vogel met een korte staart, een grote kop en een lange, rechte, puntige snavel die op een beitel lijkt. De bovenkant is blauwgrijs. Door het oog loopt een opvallende zwarte streep van de snavel tot in de nek. Wangen en keel zijn wit, de onderkant is warm oranjebruin tot okergeel, met roodbruine flanken en witte vlekken onder de staart.

Het gedrag verraadt hem nog sneller dan de kleuren. De boomklever klimt schokkerig over stammen en takken, zowel omhoog als met de kop naar beneden, en hangt soms ondersteboven onder een tak. Hij gebruikt zijn staart niet als steun, zoals een specht dat doet.

Mannetje, vrouwtje en jong

Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar. Het mannetje heeft meestal diepere, kastanjebruine flanken en een wat sterker contrast tussen de oranje buik en de witte keel. Bij het vrouwtje zijn de flanken zachter en lichter bruin. Zie je ze samen op de voerplek, dan valt het verschil vaak op; een losse vogel is lastiger.

Jonge boomklevers die net uitgevlogen zijn, lijken op het vrouwtje, maar zijn doffer van kleur. De oogstreep is iets minder scherp en de snavel oogt nog wat korter. In de loop van de nazomer en herfst worden ze niet meer van volwassen vogels te onderscheiden.

Roep en zang

  • Roep: een luid, helder “twiet” of “tuit”, vaak een paar keer achter elkaar. Het is een van de meest gehoorde geluiden in een oud bos.
  • Zang: een snelle reeks fluittonen, “wiewiewiewie” of een trager “pui pui pui”, vooral te horen van eind winter tot in het voorjaar.
  • Onrustroep: scherpe, harde “tsjik”-geluiden als er een kat, uil of sperwer in de buurt is.

Het fluitende “pui pui pui” wordt door beginners soms voor een andere vogel gehouden. Wie het eenmaal kent, hoort hoe vaak de boomklever in de buurt is.

Soorten die op de boomklever lijken

  • Boomkruiper: klimt ook over stammen, maar is bruin gestreept, heeft een dunne, kromme snavel en klimt alleen omhoog, steunend op zijn stijve staart. Daarna vliegt hij naar de voet van de volgende boom.
  • Koolmees: zit ook aan pindasilo’s, maar heeft een zwarte kop, een gele buik en een zwarte streep over de borst.
  • Kleine bonte specht: ongeveer even groot, klimt tegen stammen, maar is zwart-wit gestreept op de rug en steunt op zijn staart.
  • Grote bonte specht: ook vaak aan pinda’s en vet, maar veel groter, zwart-wit met rood onder de staart.

Waar leeft de boomklever in Nederland en België?

De boomklever is een vogel van oude bomen. Hij broedt in loofbossen en gemengde bossen met eik en beuk, op landgoederen, in parken, op begraafplaatsen en langs oude lanen. Het meest voorkomend is hij op de hogere zandgronden in het oosten en midden van Nederland en in bosrijke delen van Vlaanderen en Wallonië. In de afgelopen decennia heeft hij zich verder verspreid, ook naar parken en bossen in het westen en in de steden, voor zover er genoeg oude bomen staan. Voor actuele verspreidingskaarten kun je terecht bij Sovon Vogelonderzoek Nederland en, in Vlaanderen, bij Natuurpunt.

Voor jouw tuin betekent dit iets eenvoudigs. Woon je naast een park of bos met oude eiken en beuken, dan is de kans groot dat een boomklever je voerplek vindt. In een nieuwbouwwijk zonder grote bomen is die kans klein, hoe goed je ook voert.

Wat eet een boomklever?

In de lente en zomer eet de boomklever vooral dierlijk voedsel: insecten, larven, spinnen en rupsen die hij in spleten van de schors vindt. Hij zoekt vaak op dikke takken en stammen, en omdat hij met de kop omlaag loopt, ziet hij prooi die andere schorszoekers missen.

In herfst en winter schakelt hij om naar zaden en noten. Beukennootjes, eikels, hazelnoten en zaden van linde en esdoorn staan dan op het menu. De boomklever klemt een noot in een spleet in de schors en hamert die met zijn snavel open. Dat geklop lijkt op het werk van een specht en wordt er ook vaak voor aangezien.

Voorraden aanleggen

Boomklevers zijn echte hamsteraars. Ze verstoppen zaden en noten in schorsspleten, achter mos en in de grond, en dekken ze soms af met een stukje schors of mos. Op je voerplek zie je dat terug: een boomklever pakt pinda na pinda en vliegt telkens weg. Hij eet ze lang niet allemaal meteen op, maar legt een voorraad aan voor koude dagen. Het is dus normaal dat een voerplek met pinda’s snel leeg is als er een boomklever bij komt.

Het beste voer voor boomklevers

VoerWaarom het werktHoe aanbieden
Ongezouten pinda’sRijk aan vet en eiwit, favoriet voerPindasilo van fijn metaalgaas, nooit los in een net in het broedseizoen
Zwarte zonnebloempittenDunne dop, veel vetZadensilo of voertafel
Gepelde zonnebloempittenGeen doppen, snel te etenZadensilo of voertafel
HazelnotenPast bij zijn natuurlijke dieetGekneusd of gebroken, op een voertafel
Vetblokken en vetbollenVeel energie in de winterVetblokhouder of vetbollenhouder
MeelwormenExtra eiwit in het voorjaarSchaaltje of voertafel

Pinda’s zijn de sterkste lokker. Koop pinda’s voor vogels, ongezouten en zonder schimmel. Een silo van fijn metaalgaas dwingt de boomklever de pinda in stukjes los te werken, zodat er geen hele pinda’s naar nestjongen van andere soorten gaan. Onze gids over zwarte zonnebloempitten laat zien waarom dit zaad bijna iedere tuinvogel trekt.

Voor een voerplek met vet werkt een simpele houder voor vetblokken goed. Boomklevers hangen er zonder moeite aan, ook ondersteboven. In onze gids over vetblokkenhouders lees je welke vormen makkelijk te vullen en schoon te maken zijn. Wil je vet en noten combineren, dan zijn vetblokken en vetbollen met pinda’s of zaden een prima keuze.

Bekijk de prijs op Amazon Kies een silo van metaalgaas met een stevige deksel en een bodem die je makkelijk openmaakt. Het aanbod verschilt per land.

Wat je beter niet geeft

Gezouten of gekruide noten, brood, beschimmelde pinda’s en etensresten horen niet op de voerplek. Pinda’s kunnen bij vochtige opslag een schimmel ontwikkelen die gifstoffen maakt, dus gooi muf ruikende of verkleurde noten weg. Onze gids wat mag je vogels niet voeren zet alle risico’s op een rij.

De juiste voerplek voor een boomklever

Een boomklever eet zowel hangend als op een platte ondergrond. De plek is belangrijker dan het type voederhuisje:

  1. Dicht bij bomen. Hang silo’s of vetblokhouders op een paar meter van een boom of grote struik. De boomklever vliegt graag van stam naar voer en terug.
  2. Direct aan de boom. Een vetblokhouder of pindasilo tegen de stam of aan een dikke tak werkt vaak het snelst, omdat de vogel daar al foerageert.
  3. Rustig maar zichtbaar. Kies een plek waar je hem vanuit het raam kunt zien, zonder dat hij voortdurend opgeschrikt wordt door een deur of looproute. Meer tips vind je in onze gids waar hang je een voederhuisje.
  4. Het hele jaar vol. Boomklevers zijn standvogels met een vast territorium. Een voerplek die het hele jaar door betrouwbaar is, wordt onderdeel van hun ronde.

Boomklevers en andere vogels op de voerplek

De boomklever is klein, maar laat zich weinig aanleunen. Hij verjaagt mezen van de pindasilo en houdt zelfs grotere vogels op afstand met een gespreide staart en een dreigende houding. Alleen de grote bonte specht is duidelijk de baas. Wil je dat mezen ook een kans krijgen, hang dan twee of drie voerplekken op een paar meter van elkaar.

Water voor boomklevers

Boomklevers drinken en baden, al zie je dat minder vaak dan bij mezen of merels. Een ondiepe drinkschaal met een ruwe bodem, een paar centimeter diep, is genoeg. Zet hem op een verhoging of een voetstuk, niet te ver van een boom, zodat de boomklever vanaf een tak kan aanvliegen. Ververs het water regelmatig en maak de schaal schoon. Bij vorst helpt het om ‘s ochtends lauw water te geven.

Bomen en planten die boomklevers helpen

Een boomklever heeft vooral oude bomen met ruwe schors nodig. In een kleine tuin kun je dat niet in een paar jaar maken, maar je kunt wel helpen. Deze inheemse soorten doen het goed in Nederland en Vlaanderen:

Boom of struikWat de boomklever eraan heeft
Zomereik (Quercus robur)Ruwe schors vol insecten, eikels, holtes in oude bomen
Beuk (Fagus sylvatica)Beukennootjes, een van zijn belangrijkste wintervoedsels
Hazelaar (Corylus avellana)Hazelnoten die hij in schors klemt
Winterlinde (Tilia cordata)Zaden en veel insecten in de bloei
Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)Zaden in de herfst, veel bladluizen en insecten
Haagbeuk (Carpinus betulus)Zaden en insecten, geschikt als haag in kleine tuinen
Grove den (Pinus sylvestris)Zaden uit kegels, schorsschilfers voor de nestbekleding

Het belangrijkste advies: kap een oude boom niet zonder goede reden. Een oude eik of beuk met dode takken en holtes is voor boomklevers, spechten en mezen goud waard. Een dode tak die geen gevaar oplevert, mag blijven hangen. Ook een stapel takken of een stuk dood hout in een hoek van de tuin trekt insecten aan. Onze gids over een takkenhoop maken legt uit hoe je dat netjes doet.

Een nestkast voor de boomklever

De boomklever is een holenbroeder. Van nature broedt hij in oude spechtenholen en natuurlijke holtes in bomen. Het bijzondere is dat hij de opening zelf op maat maakt: hij metselt een te groot vlieggat dicht met modder, klei en soms mest, tot er een rond gat overblijft waar hij net door past. Die modder droogt keihard op. Soms bepleistert hij ook naden in de kast of de rand van het deksel.

Welke nestkast en waar

  • Type: een gesloten nestkast van onbehandeld hout of houtbeton, met een vloer van ongeveer 12 bij 12 cm of iets groter.
  • Vlieggat: ongeveer 32 mm. Is het gat groter, dan maakt de boomklever het zelf kleiner. Een kast met een kleiner gat, zoals 28 mm voor pimpelmezen, is voor hem te krap.
  • Hoogte: ongeveer 3 tot 6 meter, tegen de stam van een stevige boom.
  • Richting: met de opening weg van de heersende wind en regen en uit de volle middagzon, in Nederland meestal niet op het zuidwesten.
  • Wanneer: hang de kast in de herfst of vroeg in de winter op. Boomklevers kiezen hun nestplek al vroeg in het jaar. Zie ook onze gids wanneer hang je een nestkast op.

Met een kast met een gat van 32 mm concurreert de boomklever met de koolmees en de ringmus. Hang je een paar kasten op enige afstand van elkaar, dan is er vaak ruimte voor meerdere soorten. Onze gids over de juiste gatmaat per soort laat zien welke kast bij welke vogel past.

Bekijk de prijs op Amazon Kies een kast die je kunt openen voor de schoonmaak na het broedseizoen. Het aanbod verschilt per land.

Het broedseizoen van de boomklever

Het nest zelf is ongewoon: de boomklever bekleedt de bodem met losse schilfers schors, vaak van grove den, en soms met dode bladeren. Er zit geen komvormig nest van mos zoals bij mezen. Het vrouwtje legt meestal 5 tot 8 eieren, wit met roodbruine spikkels, en broedt ze ongeveer twee weken uit. De jongen blijven daarna nog ruim drie weken in de holte, gevoerd door beide ouders. Boomklevers hebben meestal één legsel per jaar.

Na het uitvliegen blijft de familie nog een tijdje bij elkaar. In juni en juli zie je dan soms ouders met een paar jongen tegelijk aan de pindasilo. Vind je een jonge vogel die op de grond zit, lees dan eerst onze gids een jong vogeltje gevonden voordat je ingrijpt.

Maandkalender: de boomklever door het jaar

MaandWat er gebeurtWat jij doet
JanuariVaste paren in hun territorium, veel roepenPinda’s, zonnepitten en vet, water ijsvrij houden
FebruariZang begint, paren zoeken een nestplekNestkast controleren of ophangen, voer doorgaan
MaartVlieggat wordt met modder dichtgemetseldEen modderig plekje of plasje in de tuin laten liggen
AprilEileg en broedenRust rond de nestboom, niet snoeien of zagen
MeiJongen in de holte, ouders voeren insectenMeelwormen erbij, geen hele pinda’s los aanbieden
JuniJongen vliegen uit, families aan de voerplekVoerplekken schoonhouden, water geven
JuliJonge vogels zoeken een eigen territoriumVoer in kleinere hoeveelheden doorgeven
AugustusRui, boomklevers stillerDrinkschaal vers houden
SeptemberBeukennootjes en hazelnoten rijpen, hamsteren begintSilo’s bijvullen, hazelnoten aanbieden
OktoberDruk hamsteren, veel heen en weer vliegenNestkast schoonmaken en herstellen
NovemberVaste wintergasten aan de voerplekVetblokken erbij, voer droog houden
DecemberAfhankelijk van vorst en sneeuw veel bezoekElke dag voer, lauw water bij vorst

De precieze timing verschilt per jaar. In een zacht voorjaar begint het broeden eerder, na een koude winter wat later.

Problemen en hoe je ze oplost

Eekhoorns en de grote bonte specht

Eekhoorns zijn dol op dezelfde pinda’s en hazelnoten als de boomklever en kunnen een silo in korte tijd leeghalen of beschadigen. Een stevige silo van metaal en een voederpaal met een eekhoornkap helpen. De grote bonte specht is een ander verhaal: hij kan in het voorjaar het vlieggat van een nestkast openhakken om eieren of jongen te pakken. Een metalen plaatje rond het vlieggat beschermt de kast. Voor eekhoorns lees je meer in onze gids eekhoorns weghouden bij voederhuisjes.

Katten

Boomklevers zitten minder vaak op de grond dan merels of roodborsten, maar ze komen wel naar beneden om gevallen noten op te rapen. Hang voerplekken zo dat een kat zich niet vlak ernaast kan verstoppen en houd je eigen kat binnen in de weken dat jonge vogels uitvliegen.

Hygiëne

Pinda’s en zaden worden vochtig en kunnen gaan schimmelen. Vul silo’s in kleine porties, houd voer droog en maak silo’s en voertafels regelmatig schoon met heet water.

Veelgemaakte fouten

  1. Voeren ver van bomen. Een voerplek midden in een open gazon wordt door boomklevers weinig bezocht. Hang hem bij een stam of grote boom.
  2. Een nestkast met een te klein vlieggat. Een kast met 28 mm is te krap. Kies ongeveer 32 mm; groter mag, hij metselt het zelf kleiner.
  3. De nestkast te laag aan een dun paaltje. Boomklevers kiezen hun holte liever hoger aan een dikke stam.
  4. Oude bomen weghalen. Een oude eik of beuk met holtes is voor boomklevers veel meer waard dan elk voederhuisje.
  5. Gezouten of beschimmelde noten. Gebruik alleen verse, ongezouten pinda’s en hazelnoten voor vogels.

De boomklever en de wet

In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd. Dat vloeit voort uit de Europese Vogelrichtlijn en is uitgewerkt in de nationale natuurwetgeving. Het is verboden om nesten in gebruik te verstoren of te vernielen en eieren of jongen weg te nemen. Voor de boomklever betekent dat vooral: zaag en snoei niet in bomen met een bezette holte tijdens het broedseizoen, en maak een nestkast pas schoon als het broedseizoen voorbij is.

Kort samengevat

Wil je een boomklever in je tuin, zorg dan voor voer vlak bij bomen: ongezouten pinda’s in een silo van metaalgaas, zonnebloempitten, hazelnoten en vet. Houd de voerplek het hele jaar betrouwbaar, want de boomklever is een standvogel met een vast territorium. Hang een nestkast met een vlieggat van ongeveer 32 mm hoog tegen een stevige stam, en bescherm oude bomen met holtes en dode takken. Dan heb je grote kans dat je deze blauwgrijze acrobaat met de kop omlaag voorbij ziet komen.

Bronnen

Meest gelezen

Veelgestelde vragen

Wat is het beste voer voor een boomklever?

Boomklevers zijn dol op ongezouten pinda's, zwarte en gepelde zonnebloempitten, hazelnoten en vet. Ze eten zowel uit een pindasilo of zadensilo als van een voertafel. Kenmerkend is dat ze een pit pakken, wegvliegen en die in een spleet in de schors klemmen om hem open te hakken of te verstoppen. Een paar volle voerplekken in de buurt van oude bomen werken het best.

Welke nestkast gebruikt een boomklever?

De boomklever broedt in een holte en neemt graag een houten of houtbetonnen nestkast met een rond vlieggat van ongeveer 32 mm. Is het gat groter, dan metselt hij het met modder en klei kleiner tot hij er net door past. Hang de kast op 3 tot 6 meter hoogte tegen een stevige boomstam, met de opening weg van regen en felle middagzon.

Waarom loopt een boomklever met de kop naar beneden?

De boomklever is de enige Europese vogel die gewoon met de kop omlaag over een stam naar beneden loopt. Hij steunt niet op zijn staart, zoals een specht, maar houdt zich vast met sterke tenen en kromme nagels. Zo ziet hij vanuit een andere hoek insecten en spinnen in de schors die spechten en boomkruipers bij het omhoog klimmen missen.

Trekt de boomklever weg in de winter?

Nee, de boomklever is in Nederland en België een standvogel. Een paar verdedigt vaak het hele jaar hetzelfde territorium rond een groep oude bomen. Daarom kun je in de winter op dezelfde vogels rekenen zodra ze je voerplek hebben gevonden. Jonge vogels zoeken in de nazomer een eigen plek, meestal niet ver van waar ze zijn geboren.

Hoe zie je het verschil tussen mannetje en vrouwtje boomklever?

Het verschil is klein. Het mannetje heeft meestal diepere, roodbruine flanken onder de staart en op de zijkant van de buik, het vrouwtje zachtere, lichtere bruine flanken. Bij goed licht en een paar dat samen op de voerplek zit, zie je dat verschil het makkelijkst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met doffere kleuren.