Putter in je tuin lokken: nyjerzaad, distels en planten
Putter in de tuin lokken: hang een nyjersilo of geef gepelde zonnebloempitten, laat kaardenbollen en distels in bloei zaaien en zorg voor water en hoge bomen.
Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

In dit artikel
- De putter in het kort
- Hoe herken je een putter?
- Waar leeft de putter in Nederland en België?
- Wat eet een putter?
- De juiste voerplek voor putters
- Water voor putters
- Planten die putters helpen
- Nestelen: waar broedt de putter?
- Maandkalender: de putter door het jaar
- Problemen en hoe je ze oplost
- Veelgemaakte fouten
- De putter en de wet
- Kort samengevat
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Putters in de tuin lokken doe je met kleine, olierijke zaden: nyjerzaad in een nyjersilo en gepelde zonnebloempitten in een silo met zitstokjes, zichtbaar opgehangen op zo’n 1,5 tot 2 meter hoogte. Nog beter werkt een combinatie met planten waar putters van nature op afkomen, zoals grote kaardenbol, knoopkruid, distels, zonnebloemen en paardenbloemen die je in zaad laat staan. Geef daarnaast schoon water en zorg voor een paar hoge bomen in de buurt. Dan heb je een goede kans dat je deze kleurrijke vink regelmatig ziet.
De putter, in Vlaanderen ook wel distelvink genoemd, is in Nederland en België de afgelopen decennia flink algemener geworden in dorpen en steden. Deze gids laat zien hoe je hem herkent, welk voer en welke silo werken, welke inheemse planten het meest opleveren, en wat je elke maand kunt doen.
De putter in het kort
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Carduelis carduelis |
| Lengte | Ongeveer 12 tot 13,5 cm |
| Gewicht | Ongeveer 14 tot 19 g |
| Voorkomen in Nederland en België | Algemene broedvogel in dorpen, steden, parken, erven en ruige graslanden |
| Seizoen | Het hele jaar; een deel trekt weg, daarnaast doortrekkers en wintergasten |
| Dieet | Vooral kleine zaden van distels, kaardenbol, composieten, els en berk |
| Voerplek | Nyjersilo, silo met gepelde zonnebloempitten |
| Nestplaats | Komnest in buitenste takken van bomen en hoge struiken, geen nestkast |
| Legsel | Meestal 4 tot 6 eieren, vaak 2 legsels per jaar |
Deze maten en gegevens zijn gangbare waarden uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland.
Hoe herken je een putter?
De putter is een kleine, sierlijke vink met een van de opvallendste verenkleden in onze tuinen. De kop heeft een helderrood masker rond de snavel, een witte wang en een zwarte kruin en nek. De rug is warm beigebruin, de vleugels zijn zwart met een brede goudgele band die in de vlucht als een gele streep oplicht. De zwarte staart en vleugelpunten hebben witte vlekjes. De snavel is licht, spits en relatief lang, ideaal om zaadjes uit diepe bloemhoofden te trekken.
Mannetje, vrouwtje en jong
Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar. Bij het mannetje loopt het rode masker meestal iets verder door tot achter het oog en zijn de kleine schouderveertjes zwart. Bij het vrouwtje is het rood vaak iets minder uitgebreid en zijn de schouderveertjes bruiner. In de praktijk is dat alleen van dichtbij met goed licht te zien.
Jonge putters hebben nog geen rood-wit-zwarte kop. Kop en lichaam zijn grijsbruin en licht gestreept, maar de zwarte vleugels met de gele band hebben ze al wel. Daaraan herken je ze meteen. In de nazomer en herfst ruien ze hun kopveren en krijgen ze het volwassen masker.
Zang en roep
- Roep: een vrolijk, vloeiend “tiggelit” of “stiglit”, vaak in de vlucht. Een groepje putters dat overvliegt klinkt als tinkelend geroezemoes.
- Zang: een snel, kwetterend en tinkelend lied waarin de roep terugkomt, afgewisseld met zachte trillers.
- Alarmroep: een wat nasaal, hees “tsjèèè”.
Wie de roep eenmaal kent, hoort putters overal: op lantaarnpalen, in hoge bomen en over parkeerterreinen heen. Onze gids vogelgeluiden leren helpt om zulke roepjes van elkaar te onderscheiden.

Soorten die op de putter lijken
Een volwassen putter is eigenlijk niet te verwarren. Bij jonge vogels en in slecht licht kunnen deze soorten verwarring geven:
- Sijs: ook klein met gele vleugelbanden, maar groengeel gestreept en met een kortere snavel. Het mannetje heeft een zwarte kap.
- Groenling: groter en steviger, groengeel met gele vlakken op vleugel en staart, geen zwarte vleugel met gele band.
- Kneu: bruin met een grijze kop, het mannetje heeft een rode borst en voorhoofd, maar geen rood masker en geen gele vleugelband.
Waar leeft de putter in Nederland en België?
De putter broedt in halfopen landschap met bomen: parken, lanen, erven, volkstuinen, begraafplaatsen, dorpsranden en steeds meer ook in stedelijke woonwijken. Hij zoekt zijn voedsel vaak in ruige graslanden, bermen, braakliggende terreinen en langs dijken, overal waar distels, kaardenbollen en andere zaadplanten staan.
Volgens de tellingen van Sovon Vogelonderzoek Nederland is de putter sinds de jaren negentig sterk toegenomen als broedvogel. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren mee, zoals meer ruige bermen en tuinen met zaadplanten en de groeiende populariteit van voeren met nyjerzaad en gepelde zonnebloempitten. Precies welk aandeel elke factor heeft, is niet eenduidig vastgesteld.
In de winter trekt een deel van de putters naar Frankrijk en Spanje, terwijl vogels uit het noorden en oosten hier doortrekken. Je ziet putters dan vaak in groepjes in elzen en berken, waar ze ondersteboven aan de katjes hangen om zaadjes eruit te pikken.
Wat eet een putter?
De putter is een zaadspecialist. Zijn lange, spitse snavel is gemaakt om kleine zaden uit stekelige of diepe bloemhoofden te trekken waar andere vinken niet goed bij kunnen. Hij eet onder andere zaden van:
- distels zoals akkerdistel, speerdistel en kruldistel;
- grote kaardenbol;
- knoopkruid, klit, paardenbloem en kruiskruid;
- zonnebloemen en andere composieten;
- els, berk en naaldbomen in herfst en winter.
In het broedseizoen voeren de ouders hun jongen met een pap van halfrijpe zaden, aangevuld met wat kleine insecten zoals bladluizen. Daarom is het zo belangrijk dat er in mei en juni al zaadplanten in de buurt staan, zoals paardenbloemen en vroeg bloeiende composieten.
Het beste voer voor putters
| Voer | Waarom het werkt | Hoe aanbieden |
|---|---|---|
| Nyjerzaad (nigerzaad) | Klein, zwart en olierijk; favoriet van putters en sijzen | Nyjersilo met kleine voergaatjes |
| Gepelde zonnebloempitten | Zacht en vetrijk, geen doppen | Silo met zitstokjes of voertafel |
| Fijn zaadmengsel met hennep en koolzaad | Kleine zaden in de goede maat | Silo of voertafel |
| Distel- en wilde bloemenzaden | Natuurlijk voedsel | In de tuin laten uitzaaien |
Nyjerzaad is de sleutel. Het is zo klein dat een gewone silo het niet goed vasthoudt, daarom bestaan er aparte nyjersilo’s met smalle spleetjes of een fijn gaas, waar putters met hun spitse snavel de zaadjes uit trekken. Andere vogels laten nyjer grotendeels liggen, wat het een efficiënt voer maakt. Onze gids over de beste nyjersilo legt uit waar je op let.
Wil je een nyjersilo proberen, kies dan een model dat je makkelijk uit elkaar haalt om schoon te maken en met een afdak tegen regen. Bekijk de prijs op Amazon Het aanbod en de modellen verschillen per land.
Let op de versheid. Nyjerzaad is olierijk en wordt ranzig of beschimmeld als het lang nat blijft in de silo. Vul liever weinig en vaak, en gooi klonterig zaad weg. Onze gids over vogelvoer bewaren helpt je het zaad vers te houden.

De juiste voerplek voor putters
- Hang de silo zichtbaar en hoog. Putters voelen zich veilig op zo’n 1,5 tot 2 meter hoogte, met een boom of hoge struik op een paar meter afstand waar ze op kunnen wachten.
- Kies de juiste silo. Een nyjersilo met meerdere zitstokjes laat een groepje tegelijk eten. Putters komen vaak met meerdere tegelijk.
- Houd het zaad droog. Een afdakje of een silo met een goed sluitend deksel voorkomt klonteren.
- Maak regelmatig schoon. Minstens elke twee weken, en vaker bij nat weer. Zie onze gids voederhuisjes schoonmaken.
- Heb geduld. Een nieuwe nyjersilo wordt soms pas na weken ontdekt. Een paar zonnebloempitten in een silo ernaast kan helpen om vogels naar de plek te trekken.
Putters op een balkon of in een kleine tuin
Ook zonder grote tuin kun je putters zien. Putters zijn weinig schuw zolang ze vanaf een hoog punt kunnen overzien wat er gebeurt, en ze komen in steden vaak op balkons en dakterrassen die grenzen aan bomen of een park. Een smalle nyjersilo aan een balkonbeugel of een zuignapsilo aan het raam is genoeg. Kies een plek uit de wind en uit de volle regen, want nat nyjerzaad klontert snel. Onder een nyjersilo valt weinig rommel, omdat de meeste andere vogels het zaad laten liggen en putters de zaadjes zelf pellen tot er alleen een fijn laagje vliezen overblijft. Onze gids over voederhuisjes voor balkon en kleine tuin laat zien welke types handig zijn.
In een bak op het balkon kun je bovendien een paar zaadplanten zetten. Knoopkruid, wilde cichorei en zelfs een paar zonnebloemen doen het in een grote pot goed. Laat ze na de bloei staan en je hebt in de nazomer een natuurlijke voerplek.
Het gedrag van putters aan de voerplek
Putters zijn sociale vogels. Buiten het broedseizoen trekken ze rond in groepjes van enkele tot tientallen vogels, en aan een silo wordt flink geruzied om de beste zitstokjes. Je ziet dan vogels met gespreide vleugels en open snavel tegen elkaar dreigen, waarbij de gele vleugelband als signaal dient. Echte gevechten zijn zeldzaam.
Opvallend is hoe behendig putters zijn. Ze hangen zonder moeite ondersteboven aan een kaardenbol of een elzenkatje en kunnen met hun poten een stengel naar zich toe trekken. Die acrobatiek maakt ze ook minder afhankelijk van een voertafel: een hangende silo is voor putters juist ideaal. In de winter delen ze silo’s vaak met sijzen, mezen en kneuen, en dan is een silo met meerdere zitstokjes echt een voordeel.
Houd er rekening mee dat het bezoek wisselt. In een zachte herfst met veel zaad in bermen en braakliggende terreinen komen putters minder naar de voerplek, terwijl ze in een koude, natte periode opeens met veel tegelijk verschijnen. Dat is geen teken dat er iets mis is met je silo, maar gewoon het gevolg van wat er buiten je tuin te vinden is.
Water voor putters
Zaadeters drinken veel. Putters komen graag naar een ondiep vogelbad met een ruwe bodem en een rand die geleidelijk oploopt. Een schaal van een paar centimeter diep volstaat. Zet het water op een open plek met een boom of struik op enkele meters, ververs het om de paar dagen en schrob de schaal regelmatig. In de winter kun je bij vorst ‘s ochtends lauw water geven.

Planten die putters helpen
Wie een putterstuin wil, laat vooral dingen staan. Uitgebloeide zaadhoofden zijn voor putters een voerplek. Deze inheemse planten doen het goed in Nederland en Vlaanderen:
| Plant | Wat de putter eraan heeft |
|---|---|
| Grote kaardenbol (Dipsacus fullonum) | Zaden in de nazomer en herfst, een klassieker voor putters |
| Knoopkruid (Centaurea jacea) | Zaden in de nazomer, veel insecten in de bloei |
| Grote klit (Arctium lappa) | Zaden in de herfst |
| Akkerdistel en speerdistel | Pluizige zaden, vooral in ruige hoeken |
| Paardenbloem (Taraxacum officinale) | Vroege zaden in mei, belangrijk voor de jongen |
| Wilde cichorei (Cichorium intybus) | Zaden in de late zomer |
| Zwarte els (Alnus glutinosa) | Zaden in de elzenproppen in de winter |
| Ruwe berk (Betula pendula) | Zaden uit de katjes in herfst en winter |
Zonnebloemen zijn geen inheemse plant, maar leveren wel veel zaad dat putters graag eten. Laat de hoofden gewoon aan de stengel staan tot ze leeg zijn. Onze gids over zaadhoofden die je laat staan laat zien welke planten je in de herfst beter niet afknipt.
Een stukje gazon dat niet elke week gemaaid wordt, zodat paardenbloemen in zaad kunnen gaan, is misschien de makkelijkste aanpassing van allemaal.
Nestelen: waar broedt de putter?
De putter bouwt een klein, keurig komnest van worteltjes, gras, mos en plantenpluis, bekleed met distelpluis en wol. Het nest staat meestal in de buitenste takken van een boom of hoge struik, vaak ver van de stam en goed tussen bladeren verstopt. Fruitbomen, linden, kastanjes, platanen en hoge hagen zijn favoriete plekken.
Een nestkast wordt niet gebruikt. Je helpt putters door:
- bomen met een brede kroon in of rond de tuin te laten staan of te planten;
- niet te snoeien in het broedseizoen, van half maart tot half augustus;
- nestmateriaal te laten liggen, zoals distelpluis en mos;
- geen gif te gebruiken tegen bladluizen of onkruid, want dat haalt voedsel voor de jongen weg.
Het vrouwtje broedt de eieren ongeveer twee weken uit en de jongen vliegen na ongeveer twee weken uit. Daarna worden ze nog een tijd door de ouders gevoerd. Putters broeden vaak twee keer per jaar, en het broedseizoen kan doorlopen tot in augustus. Vind je een jonge putter op de grond, lees dan eerst onze gids een jong vogeltje gevonden.
Maandkalender: de putter door het jaar
| Maand | Wat er gebeurt | Wat jij doet |
|---|---|---|
| Januari | Groepjes in elzen, berken en bij voerplekken | Nyjer en gepelde pitten, water ijsvrij houden |
| Februari | Groepjes worden kleiner, eerste zang | Silo schoonmaken en vers vullen |
| Maart | Paren vormen zich, zingen in hoge bomen | Hagen voor half maart snoeien |
| April | Nestbouw in bomen en hoge struiken | Paardenbloemen laten bloeien |
| Mei | Eerste jongen, gevoerd met halfrijpe zaden | Paardenbloemen in zaad laten gaan |
| Juni | Uitvliegende jongen met grijsbruine koppen | Water en schone voerplek |
| Juli | Tweede broedsel, jongen in groepjes | Knoopkruid en distels laten staan |
| Augustus | Laatste jongen, groepjes op kaardenbollen | Zaadhoofden niet afknippen |
| September | Jonge putters krijgen rode koppen, trek begint | Nyjersilo weer ophangen of verversen |
| Oktober | Doortrek, groepjes op braakliggend terrein | Silo vaker vullen |
| November | Wintergroepen in elzen en bij voerplekken | Nyjer droog houden |
| December | Vaste bezoekers bij voerplekken | Elke paar dagen bijvullen, lauw water bij vorst |

Problemen en hoe je ze oplost
Ziekten
Putters eten vaak dicht bij elkaar aan een silo, wat de verspreiding van ziekten zoals trichomonose makkelijker maakt. Zieke vogels zitten opgezet en traag op de silo. Stop dan een week of twee met voeren, maak silo’s en vogelbad grondig schoon en begin daarna weer met schoon, vers zaad. Zie onze gids over zieke vogels bij de voerplek.
Nat en beschimmeld nyjerzaad
Klonterig of muf zaad onder in de silo is een veelvoorkomend probleem. Leeg de silo volledig bij het schoonmaken en vul minder tegelijk.
Sperwers
Een druk bezochte silo trekt soms een sperwer. Een boom of struik op een paar meter afstand geeft putters een kans om te ontsnappen. Zie ook onze gids over roofvogels bij de voerplek.
Veelgemaakte fouten
- Nyjer in een gewone silo. Het zaad valt eruit. Gebruik een echte nyjersilo.
- Te veel zaad tegelijk. Nyjer bederft sneller dan je denkt. Vul weinig en vaak.
- Alle zaadhoofden afknippen. Daarmee haal je het natuurlijke voedsel weg.
- Een nestkast ophangen voor putters. Die broeden in bomen en struiken.
- Te snel opgeven. Een nieuwe silo heeft tijd nodig.
- Onkruidbestrijding in het hele gazon. Paardenbloemen zijn in mei babyvoer voor putters.
De putter en de wet
In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd, op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de nationale natuurwetgeving. De putter was vroeger een geliefde kooivogel en werd veel gevangen. Het vangen en houden van wilde putters is nu verboden. Ook het verstoren van nesten in gebruik is niet toegestaan.
Kort samengevat
Wil je putters in je tuin, hang dan een nyjersilo of een silo met gepelde zonnebloempitten, houd het zaad vers en droog, en laat kaardenbollen, knoopkruid, distels en paardenbloemen in zaad gaan. Zorg voor water en een paar bomen, en snoei niet in het broedseizoen. Dan wordt de tinkelende roep van putters een vast geluid in je tuin.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Welk voer trekt putters het snelst aan?
Nyjerzaad, ook wel nigerzaad genoemd, en gepelde zonnebloempitten zijn het sterkst. Nyjer is een klein, zwart, olierijk zaadje dat vooral putters en sijzen eten en dat andere vogels grotendeels laten liggen. Bied het aan in een speciale nyjersilo met kleine gaatjes. Gepelde zonnebloempitten in een gewone silo trekken ook putters, maar dan ook veel andere soorten.
Waarom komen putters niet naar mijn nyjersilo?
Vaak hebben putters in de zomer en vroege herfst genoeg natuurlijk voedsel aan distels, kaardenbollen en andere zaadplanten. Ook oud of beschimmeld nyjerzaad wordt gemeden. Hang de silo zichtbaar, vlak bij een boom, ververs het zaad regelmatig en houd het droog. Het kan weken duren voordat de eerste putter de silo ontdekt, maar daarna volgen vaak meer.
Kun je een mannetje en een vrouwtje putter uit elkaar houden?
Dat is lastig, want de geslachten lijken sterk op elkaar. Bij het mannetje loopt het rode masker meestal iets verder door tot achter het oog en zijn de kleine veertjes op de schouder zwart, bij het vrouwtje zijn die vaak bruiner. In het veld is dat alleen van dichtbij en bij goed licht te zien, dus meestal noteer je gewoon putter.
Gebruikt een putter een nestkast?
Nee. De putter bouwt een klein, stevig komnest in de buitenste takken van een boom of hoge struik, vaak ver van de stam en goed verstopt tussen bladeren. Nestkasten worden niet gebruikt. Je helpt putters met bomen als linde, kastanje, fruitbomen of plataan in of rond de tuin en met rust in het broedseizoen.
Blijven putters in de winter in Nederland?
Een deel van de putters blijft het hele jaar, een ander deel trekt in de herfst naar het zuidwesten. Daarnaast komen er doortrekkers uit het noorden en oosten langs. In de winter zie je putters vaak in groepjes rond elzen, berken, distelvelden en voerplekken met nyjerzaad of gepelde zonnebloempitten. Het aantal verschilt van jaar tot jaar.