Groenling in je tuin lokken: voer, hygiëne en planten

Groenling in de tuin lokken: geef zonnebloempitten in een schone silo, plant dichte inheemse struiken en voorkom trichomonose met strikte hygiëne bij voeren.

Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

Een mannetjesgroenling met olijfgroen verenkleed en gele vleugelrand zit op een tak naast een zaadsilo (AI-illustratie)
Door AI gegenereerde illustratie, geen foto
In dit artikel
  1. De groenling in het kort
  2. Hoe herken je een groenling?
  3. Waar leeft de groenling in Nederland en België?
  4. Wat eet een groenling?
  5. Trichomonose: het grootste risico voor groenlingen
  6. De juiste voerplek voor een groenling
  7. Waarom komen er geen groenlingen naar mijn tuin?
  8. Water voor groenlingen
  9. Planten die groenlingen helpen
  10. Nestelen: waar broedt de groenling?
  11. Maandkalender: de groenling door het jaar
  12. Problemen en hoe je ze oplost
  13. Veelgemaakte fouten
  14. De groenling en de wet
  15. Kort samengevat
  16. Bronnen
  17. Veelgestelde vragen

Wil je een groenling in de tuin lokken, geef dan zonnebloempitten in een schone silo of op een voertafel, plant dichte inheemse struiken voor dekking en nestplekken, en houd de tuin niet te netjes. Maar bij deze soort is er één regel die boven alles gaat: houd de voerplek en het water schoon. De groenling is sinds de jaren 2000 in grote delen van Europa sterk achteruitgegaan, en een ziekte die zich juist bij voerplekken verspreidt speelt daarbij een grote rol. Wie groenlingen wil helpen, moet dus goed voeren én hygiënisch voeren.

Deze gids laat zien hoe je een groenling herkent, welk voer hij kiest, hoe je trichomonose zo veel mogelijk voorkomt, welke planten in Nederland en België helpen en wat je elke maand kunt doen.

De groenling in het kort

KenmerkDetails
Wetenschappelijke naamChloris chloris (vroeger Carduelis chloris)
LengteOngeveer 15 cm
GewichtOngeveer 25 tot 32 g
Voorkomen in Nederland en BelgiëBroedvogel in tuinen, parken, erven en bosranden, in het hele land; duidelijk minder talrijk dan vroeger
SeizoenHet hele jaar; in de winter ook vogels uit het noorden
DieetZaden, vooral grotere zaden; in het broedseizoen ook wat insecten
VoerplekSilo met zitstokjes, voertafel
NestplaatsDichte struiken, hagen, jonge naaldbomen; geen nestkast
LegselMeestal 4 tot 6 eieren, vaak 2 legsels per jaar

Deze maten en gegevens zijn gangbare waarden uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland.

Hoe herken je een groenling?

De groenling is een stevige vink, ongeveer zo groot als een huismus, met een korte, iets gevorkte staart en een dikke, lichte kegelsnavel. Het meest opvallende kenmerk is geel: een heldergele rand langs de vleugel en gele vlakken aan weerszijden van de staartbasis. In de vlucht lichten die gele stukken duidelijk op.

Mannetje, vrouwtje en jong

Het mannetje is olijfgroen met een geelgroene borst, een grijze vleugelvlek en de felgele vleugelrand. In het voorjaar zijn de kleuren het helderst. Rond het oog zit vaak een donkere zweem, wat de groenling een wat nors uiterlijk geeft.

Het vrouwtje is doffer, meer grijsbruin met een groene tint, en de gele vleugelrand is smaller. Ze heeft soms een lichte streping op rug en borst.

Jonge groenlingen zijn bruiner en duidelijk gestreept op rug, borst en flanken. Door die strepen worden ze vaak aangezien voor een sijs of een vrouwtje huismus, maar de gele vleugelrand en de dikke snavel verraden ze.

Zang en roep

  • Zang: een afwisseling van snelle, kwetterende trillers en een langgerekt, nasaal “dzjuuuiieee” dat door veel mensen als het typische groenlinggeluid wordt herkend.
  • Baltsvlucht: in het voorjaar vliegt het mannetje met trage, vleermuisachtige vleugelslagen in cirkels rond, al zingend.
  • Roep: een kort, snel “djuu-djuu-djuu” in de vlucht en een vragend “tsjuwiet”.

Onze gids vogelgeluiden leren helpt je die geluiden te onderscheiden van die van andere vinken.

Soorten die op de groenling lijken

  • Sijs: veel kleiner, spitse snavel, gestreepte flanken, mannetje met zwarte kap.
  • Europese kanarie: klein, gestreept, felgele borst en stuit bij het mannetje, heel kort snaveltje. In Nederland een schaarse vogel.
  • Vrouwtje huismus: bruin, geen geel in vleugel of staart.
  • Appelvink: veel groter, bruin-oranje met een enorme snavel en een witte schoudervlek. Soms samen met groenlingen aan een silo met zonnebloempitten.

Waar leeft de groenling in Nederland en België?

De groenling broedt in halfopen landschap met struiken en bomen: tuinen, parken, begraafplaatsen, erven, dorpen en bosranden. Hij is sterk gebonden aan menselijke omgeving en was lange tijd een van de meest voorkomende vogels aan het voederhuisje.

Dat beeld is veranderd. Vanaf de jaren 2000 is de groenling in Groot-Brittannië, Nederland, België en andere Europese landen sterk achteruitgegaan. Uit onderzoek blijkt dat de ziekte trichomonose, die eerder vooral bij duiven bekend was, zich onder groenlingen en andere vinken heeft verspreid. De tellingen van Sovon Vogelonderzoek Nederland en de Nationale Tuinvogeltelling laten die daling ook zien. Hoe sterk precies, verschilt per regio en per periode. Voor een tuinvogelaar betekent het vooral dat een groenling in de tuin niet meer vanzelfsprekend is.

In de winter blijven de meeste Nederlandse en Belgische groenlingen in de buurt. Daarnaast komen er vogels uit Scandinavië, waardoor je in koude periodes soms weer groepjes aan de voerplek ziet.

Wat eet een groenling?

De groenling is een zaadeter met een krachtige snavel. Van nature eet hij zaden van kruiden, grassen, bomen en struiken, zoals zaden uit rozenbottels, bramen, iepen en naaldbomen, en zaden van akkerkruiden. In de zomer komt hij ook af op rijpende zaden in bermen en akkers.

In het broedseizoen voert de groenling zijn jongen voornamelijk met zaden, deels voorverteerd in de krop, aangevuld met wat insecten. Dat maakt de soort minder afhankelijk van rupsen dan veel andere zangvogels, maar wel afhankelijk van zaden in voorjaar en zomer.

Het beste voer voor groenlingen

VoerWaarom het werktHoe aanbieden
Zwarte zonnebloempittenVetrijk en groot; de groenling kraakt de dop zelfSilo met zitstokjes of voertafel
Gepelde zonnebloempittenZacht, geen doppen onder de siloSilo of voertafel
HennepzaadOlierijk, favoriet van dikbekkenIn een mengsel of los
Gebroken ongezouten pinda’sVet en eiwitPindasilo met fijn gaas of op de voertafel
Zaadmengsel met grotere zadenAfwisselingVoertafel

Zonnebloempitten zijn het belangrijkst. Een silo met zwarte of gepelde zonnebloempitten is voor groenlingen vaak onweerstaanbaar. Onze gids over vogelvoer voor groenlingen en andere dikbekken en onze gids over zwarte zonnebloempitten gaan hier verder op in.

Wil je minder doppen onder de silo, kies dan gepelde zonnebloempitten. Bekijk de prijs op Amazon Het aanbod en de verpakkingen verschillen per land.

Wat je beter niet geeft

Geen brood, gezouten pinda’s of gekruide etensresten. Geef ook geen grote hoeveelheden voer tegelijk op de grond: juist daar hopen resten en uitwerpselen zich op. Meer hierover in onze gids wat mag je vogels niet voeren.

Trichomonose: het grootste risico voor groenlingen

Omdat trichomonose zo’n grote rol speelt bij de groenling, verdient het een eigen hoofdstuk.

Wat is trichomonose?

Trichomonose wordt veroorzaakt door de eencellige parasiet Trichomonas gallinae. De parasiet tast de keel en slokdarm aan, waardoor vogels moeite krijgen met slikken en uiteindelijk verhongeren. Hij overleeft buiten de vogel maar kort, maar wel lang genoeg om via nat voer, speeksel en drinkwater van vogel op vogel over te gaan. Bij voerplekken waar veel vogels dicht op elkaar eten, en bij gedeelde drinkschalen, is de kans op overdracht het grootst. De ziekte komt vooral in de zomer en nazomer voor.

Trichomonose is voor zover bekend niet gevaarlijk voor mensen, maar was wel een van de oorzaken van de sterke daling van de groenling in West-Europa.

Signalen van een zieke groenling

  • De vogel zit opgezet en suf, vaak op of vlak bij de voerplek.
  • Hij vliegt nauwelijks weg als je dichtbij komt.
  • Hij probeert te eten, maar krijgt het voer niet goed naar binnen.
  • Rond de snavel zit nat, plakkerig voer of speeksel.
  • De veren rond kop en keel zien er nat of vies uit.

Wat je doet als je een zieke vogel ziet

  1. Stop direct met voeren en water geven, minstens een week of twee. Zo verspreiden de vogels zich en daalt de kans op besmetting.
  2. Maak alles grondig schoon: silo’s, voertafel, vogelbad en de grond eronder. Gebruik heet water en een geschikt reinigingsmiddel, spoel goed na en laat alles helemaal drogen.
  3. Gooi oud voer weg, ook voer dat nog in de silo zat.
  4. Begin daarna weer klein, met weinig voer in schone silo’s en schoon water dat je dagelijks ververst.
  5. Vraag advies of meld het als je veel zieke of dode vogels vindt, bijvoorbeeld bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) in Utrecht of bij een vogelopvang in de buurt.

Onze gidsen over zieke vogels bij de voerplek en voederhuisjes schoonmaken geven een uitgebreid schema.

Hoe je het risico klein houdt

  • Gebruik silo’s die vogels niet laten zitten in het voer, zoals silo’s met zitstokjes en voergaatjes, in plaats van open schalen waarin vogels lopen.
  • Maak silo’s elke één tot twee weken schoon, vaker bij warm en vochtig weer.
  • Ververs drinkwater dagelijks en schrob de schaal meerdere keren per week.
  • Verspreid het voer over meerdere voerplekken in plaats van één drukke plek.
  • Overweeg in een warme nazomer minder te voeren, omdat dan de meeste gevallen van trichomonose voorkomen.

De juiste voerplek voor een groenling

  1. Een silo met zitstokjes. Groenlingen zitten graag rustig aan een silo te eten en kraken de pitten ter plekke. Hang hem op 1,5 tot 2 meter hoogte.
  2. Dekking op een paar meter. Een dichte haag of struik waar groenlingen kunnen wachten en schuilen. Meer over de plaatsing in onze gids waar hang je een voederhuisje.
  3. Meerdere kleine voerplekken. Liever twee of drie silo’s verspreid door de tuin dan één plek waar alles samenkomt.
  4. Rommel beperken. Gepelde pitten laten minder doppen achter, wat de grond onder de silo schoner houdt.

Waarom komen er geen groenlingen naar mijn tuin?

Hang je al maanden zonnebloempitten op en zie je nog geen groenling, dan ligt dat lang niet altijd aan jouw tuin. Er zijn een paar veelvoorkomende redenen:

  • Er zijn er gewoon minder. Door de daling van de afgelopen twintig jaar zijn groenlingen in sommige wijken schaars geworden. Waar er vroeger tientallen rondvlogen, zit nu soms maar een enkel paar.
  • Er is genoeg natuurlijk voedsel. In de zomer en vroege herfst vinden groenlingen zaden in bermen, akkers en bij rozen en bramen. Ze komen dan minder naar de voerplek, en keren vaak pas terug als het kouder wordt.
  • De silo ziet er onveilig uit. Een silo midden op een kaal gazon zonder struiken in de buurt wordt gemeden. Groenlingen willen eerst vanuit dekking kunnen kijken.
  • Het voer is oud. Muf of beschimmeld zaad laten ze links liggen. Vul minder tegelijk en ververs vaker.
  • Andere vogels domineren. Een drukke silo vol mussen of spreeuwen kan groenlingen afschrikken. Een tweede silo met alleen zonnebloempitten op een rustiger plek helpt.

Geef het tijd. Groenlingen trekken in de winter vaak in kleine groepjes rond en ontdekken een nieuwe voerplek soms pas na enkele weken. Onze gids over waarom vogels niet naar een nieuw voederhuisje komen geeft meer tips.

Water voor groenlingen

Zaadeters hebben veel water nodig. Een ondiepe schaal van een paar centimeter diep met een ruwe bodem is ideaal. Juist bij de groenling is het belangrijk dat je het water dagelijks ververst en de schaal vaak schoonmaakt. Liever een kleine schaal die je makkelijk schoonhoudt dan een grote die dagenlang blijft staan.

Planten die groenlingen helpen

PlantWat de groenling eraan heeft
Hondsroos (Rosa canina)Rozenbottels met zaden, stekelige dekking
Meidoorn (Crataegus monogyna)Dichte, doornige nestplek
Taxus (Taxus baccata)Groenblijvende dekking en nestplek
Hulst (Ilex aquifolium)Groenblijvende beschutting
Gewone braam (Rubus fruticosus)Dekking en zaden in de vruchten
Haagbeuk (Carpinus betulus)Dichte haag, zaden in de herfst
Zonnebloem en andere grote zaadplantenZaden in de nazomer (niet inheems, wel nuttig)
Iep (Ulmus)Zaden in het voorjaar

Laat rozenbottels aan de struik, snoei hagen in de winter en laat uitgebloeide planten staan. Onze gids over besdragende struiken voor de winter helpt je een tuin te plannen met voedsel van nazomer tot late winter.

Nestelen: waar broedt de groenling?

De groenling broedt niet in nestkasten. Het nest is een stevige, wat slordige kom van twijgjes, mos en gras, bekleed met haar en fijne worteltjes, meestal in een dichte struik, haag of jonge naaldboom, vaak op 1 tot 3 meter hoogte. Soms broeden meerdere paren vlak bij elkaar in een losse kolonie.

Het vrouwtje broedt de eieren ongeveer twee weken uit, en de jongen vliegen na ongeveer twee weken uit. Het broedseizoen loopt van april tot in augustus.

Je helpt groenlingen met dichte hagen en groenblijvende struiken, zoals taxus en hulst, en door niet te snoeien van half maart tot half augustus. Vind je een jonge groenling op de grond, lees dan eerst onze gids een jong vogeltje gevonden.

Maandkalender: de groenling door het jaar

MaandWat er gebeurtWat jij doet
JanuariGroepjes aan voerplekken, ook wintergastenZonnebloempitten in schone silo’s, water ijsvrij
FebruariEerste zang en baltsvluchtenSilo’s schoonmaken, hagen snoeien voor half maart
MaartParen vormen, nestplaatsen gezochtRust rond struiken
AprilNestbouw en eerste legselsBlijf schoon voeren, geen hele pinda’s
MeiJongen worden gevoerdDagelijks vers water
JuniUitgevlogen, gestreepte jongenExtra alert op zieke vogels
JuliTweede broedsel, risicoperiode trichomonoseVoer beperken, vogelbad dagelijks verversen
AugustusLaatste jongen, ruiZieke vogels? Direct stoppen met voeren
SeptemberGroepjes op zaden in bermenRozenbottels en zaadhoofden laten staan
OktoberWintergasten uit het noordenSilo’s schoon terughangen
NovemberGroepjes aan de voerplekMeerdere kleine voerplekken
DecemberVeel bezoek bij vorstElke dag verversen, lauw water bij vorst

Problemen en hoe je ze oplost

Ziekten

Zie het hoofdstuk over trichomonose hierboven. Groenlingen kunnen ook, net als vinken, andere ziekten oplopen die via voerplekken gaan. Dezelfde maatregelen helpen: schone silo’s, dagelijks vers water en meerdere kleine voerplekken.

Sperwers

Een groep groenlingen aan een silo trekt soms een sperwer. Dekking op een paar meter geeft ze een kans. Zie onze gids over roofvogels bij de voerplek.

Groenlingen die andere vogels wegjagen

Groenlingen kunnen een silo flink domineren, zeker in groepjes. Hang een tweede silo op een andere plek, zodat mezen en putters ook aan bod komen.

Veelgemaakte fouten

  1. Nooit schoonmaken. Voor groenlingen is dit de grootste fout.
  2. Eén drukke voerplek. Liever meerdere kleine plekken.
  3. Een vogelbad dat dagen blijft staan. Ververs dagelijks.
  4. Doorvoeren als er zieke vogels zijn. Stop dan tijdelijk.
  5. Hagen knippen in het broedseizoen. Snoei in de winter.
  6. Een nestkast verwachten. Groenlingen broeden in struiken.

De groenling en de wet

In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd, op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de nationale natuurwetgeving. Het verstoren of vernielen van nesten in gebruik en het vangen of houden van wilde vogels is verboden.

Kort samengevat

Wil je groenlingen in je tuin, geef dan zonnebloempitten in schone silo’s met zitstokjes, verspreid over meerdere plekken, en ververs het drinkwater elke dag. Plant dichte, inheemse struiken en hagen, laat rozenbottels en zaden staan en snoei niet in het broedseizoen. Zie je een zieke vogel, stop dan tijdelijk met voeren en maak alles schoon. Zo help je een soort die het de laatste twintig jaar zwaar heeft gehad.

Bronnen

Meest gelezen

Veelgestelde vragen

Wat is het beste voer voor een groenling?

Groenlingen zijn dol op zonnebloempitten, zowel zwarte zonnebloempitten met dop als gepelde pitten. Met hun dikke snavel kraken ze de doppen moeiteloos. Ook hennep, gebroken pinda's en zaadmengsels met grotere zaden worden goed gegeten. Bied het voer aan in een silo met zitstokjes of op een voertafel, en houd die plek altijd schoon.

Waarom zie ik minder groenlingen dan vroeger?

De groenling is in grote delen van Europa sinds de jaren 2000 sterk achteruitgegaan. Een belangrijke oorzaak is trichomonose, een ziekte veroorzaakt door de parasiet Trichomonas gallinae, die zich bij voerplekken en drinkschalen verspreidt via besmet voer en water. Daarom is hygiëne bij het voeren zo belangrijk voor deze soort.

Hoe herken ik een zieke groenling?

Een zieke groenling zit vaak opgezet en suf op of bij de voerplek, vliegt nauwelijks weg, heeft moeite met slikken en heeft soms nat, plakkerig voer of speeksel rond de snavel. Stop dan direct een week of twee met voeren en water geven, maak alles grondig schoon en laat de vogels zich verspreiden voordat je weer begint.

Gebruikt een groenling een nestkast?

Nee, groenlingen broeden in dichte struiken, hagen en jonge naaldbomen. Het nest is een stevige kom van twijgjes, mos en gras, bekleed met haar en fijne worteltjes. Soms broeden meerdere paren vlak bij elkaar. Je helpt ze het meest met dichte, groenblijvende of doornige beplanting en door niet te snoeien in het broedseizoen.

Wat is het verschil tussen een groenling en een sijs?

De groenling is duidelijk groter, ongeveer zo groot als een huismus, heeft een dikke, lichte snavel en een effen olijfgroen lichaam zonder strepen. De sijs is klein en fijn, heeft een spitse snavel, is gestreept op de flanken en het mannetje heeft een zwarte kap. Beide hebben geel in vleugel en staart, wat verwarring kan geven.