Spreeuwen, kauwen en duiven weren bij het voederhuisje

Spreeuwen weren bij het voederhuisje? Kies saffloer of nyjer, voer in een kooi of met gewichtsmechanisme, hang vet ondersteboven en stop met voeren op de grond.

Een spreeuw in wit gespikkeld winterkleed op een gazen kooi rond een buisvoeder, niet in staat om bij het zaad te komen (AI-illustratie)
Door AI gegenereerde illustratie, geen foto
In dit artikel
  1. Kort antwoord: wat spreeuwen, kauwen en duiven op afstand houdt
  2. Waarom spreeuwen en kauwen de voederplek overnemen
  3. Spreeuwen, kauwen en merels uit elkaar houden
  4. Stap 1: verander het voer
  5. Stap 2: verander het voederhuisje
  6. Stap 3: stop met voeren op tafel en grond
  7. Stap 4: overweeg een korte voerpauze
  8. Stap 5: kies de juiste nestkasten
  9. Mag je spreeuwen of kauwen verjagen of bestrijden?
  10. Wat niet werkt
  11. Seizoenspatroon: wanneer groepen komen
  12. Een spreeuwbestendige opstelling, van begin tot eind
  13. Veelgemaakte fouten
  14. Bronnen
  15. Veelgestelde vragen

Spreeuwen weren bij je voederhuisje, net als kauwen en duiven, doe je het snelst door te veranderen wat je geeft en hoe je het geeft. Stap over op voer waar deze vogels weinig mee kunnen (saffloer, nyjerzaad en zonnebloempitten in de dop), verplaats het zaad naar voederhuisjes met een kooi, een gewichtsmechanisme of korte zitstokjes, hang vet alleen in een ondersteboven-houder en stop met voeren op voedertafels en de grond. Die combinatie is wat het Cornell Lab of Ornithology en Project FeederWatch adviseren, en hij werkt net zo goed in Nederlandse en Belgische tuinen.

Geen enkele truc stopt een groep in één keer. Spreeuwen en kauwen zijn slim, brutaal en hongerig, en ze geven het pas op als een voederplek niets meer oplevert. De stappen hieronder maken je voederplek onaantrekkelijk voor ze, terwijl mezen, vinken, roodborsten en spechten gewoon blijven eten.

Een belangrijke kanttekening vooraf: in Europa is de spreeuw geen indringer maar een inheemse vogel die het moeilijk heeft. Het doel is je voer eerlijk te verdelen, niet om spreeuwen de oorlog te verklaren.

Kort antwoord: wat spreeuwen, kauwen en duiven op afstand houdt

AanpassingEffect op spreeuwenEffect op kauwen en duivenVogels die je houdt
Saffloer in plaats van gemengd zaadMatig tot sterkMatigMezen, vinken, groenlingen, mussen
Nyjerzaad in een buisvoederSterkSterkPutters, sijzen, kneuen
Voederhuisje met kooiSterkSterkMezen, vinken, roodborsten, mussen
Voederhuisje met gewichtsmechanismeSterk, bij goede instellingSterk, bij goede instellingDe meeste kleine zangvogels
Ondersteboven-vethouderSterkSterkSpechten, boomklevers, mezen
Stoppen met voeren op tafel en grondSterkSterkJe verliest wat merels, heggenmussen en tortels
Korte zitstokjes op buisvoedersMatigMatigKleine zittende vogels
Pinda’s alleen in een gazen pindasiloMatigMatigMezen, spechten, boomklevers

Waarom spreeuwen en kauwen de voederplek overnemen

De spreeuw

De spreeuw is gedrongen, heeft een korte, rechte staart en een lange, spitse snavel. In de winter zit hij vol witte stippen; in het voorjaar wordt hij glanzend zwart met een paarse en groene glans en een gele snavel. Spreeuwen reizen in grote, lawaaiige groepen, strijken neer op gazons en voederplekken en kunnen een voederhuisje in een paar minuten leegeten. Ze zijn vooral dol op vetbollen, pindakaas, meelwormen, brood en zacht voer.

In Nederland en België is de spreeuw een inheemse broedvogel die in aantal sterk is afgenomen, onder meer door minder insectenrijk grasland en minder nestgelegenheid. In de herfst en winter krijgen onze eigen spreeuwen gezelschap van trekvogels uit Noord- en Oost-Europa, wat de enorme zwermen en slaapplaatsen in het najaar verklaart. Juist omdat de soort het moeilijk heeft, is het de moeite waard ze te laten foerageren op het gazon en in de tuin, maar niet al je dure vogelvoer te laten opeten.

Kauwen, eksters en gaaien

De kauw is de kleinste kraaiachtige in onze tuinen, grijs op de nek met een opvallend lichtblauw oog. Kauwen zijn slim, leergierig en eten vrijwel alles: zaden, pinda’s, brood, etensresten, insecten en in het broedseizoen soms eieren of jongen van andere vogels. Ze komen vaak in paren of groepjes en leren snel hoe een voederhuisje werkt. Eksters en gaaien gedragen zich vergelijkbaar, al zijn ze meestal met minder.

Duiven

Houtduiven, Turkse tortels en stadsduiven eten vooral op de grond en op voedertafels. Ze zijn groot en zwaar, verwerken grote hoeveelheden zaad en worden aangetrokken door alles wat onder het voederhuisje ligt. Omdat duiven dragers zijn van trichomonose, een parasiet die veel groenlingen heeft getroffen, is minder voer op de grond ook voor de gezondheid van andere vogels een goed idee.

Wat deze vogels gemeen hebben

  • Grote lichamen. Zwaardere vogels activeren voederhuisjes met gewichtsmechanisme en passen niet door gaaskooien die op kleine vogels zijn afgestemd.
  • Voeren op tafel en grond. Ze eten het liefst staand op een plat oppervlak, en daarom trekken voedertafels en gestrooid zaad ze aan.
  • Groepen. Ze komen met meerdere tegelijk, dus een voederplek die voor één vogel werkt, wordt snel overlopen.
  • Voorkeur voor makkelijk voer. Spreeuwen hebben een dunne snavel die niet gemaakt is om harde zaden te kraken. Kauwen en duiven kiezen het liefst grote, makkelijke hapjes zoals brood, maïs en pinda’s.

Spreeuwen, kauwen en merels uit elkaar houden

Weten welke vogel je hebt, helpt bij het kiezen van de juiste aanpak.

  • Spreeuw. Gedrongen, met een korte, rechte staart en driehoekige vleugels in de vlucht. Lange, spitse snavel, geel in het voorjaar en donker in de winter. Wintervogels zijn zwaar gestippeld. Op de grond lopen ze snel en prikken ze in het gazon. Spreeuwen zijn het meest verzot op vet.
  • Kauw. Groter dan een spreeuw, zwartgrijs met een grijze nek en een lichtblauw oog. Korte, stevige snavel. Kauwen zijn de vogels die hele vetbollen meenemen of pinda’s uit een silo trekken.
  • Merel. Het mannetje is geheel zwart met een oranjegele snavel en oogring, het vrouwtje donkerbruin. Merels hebben een langere staart dan spreeuwen, huppen in plaats van te lopen en komen meestal alleen of met z’n tweeën. Ze horen bij de gasten die je wilt houden.
  • Houtduif en Turkse tortel. Groot en grijs of zandkleurig, met een klein kopje. De houtduif heeft een witte halsvlek, de Turkse tortel een zwarte halsband.

Zijn het vooral spreeuwen, richt je dan op vethouders en zacht voer. Zijn het vooral kauwen en duiven, richt je dan op kooien, voederhuisjes met gewichtsmechanisme en geen voer op de grond. Onze gids over vogels herkennen legt uit met welke vorm- en gedragskenmerken je lijkende soorten snel onderscheidt.

Stap 1: verander het voer

Voer is je sterkste hefboom, omdat het de opbrengst van elk bezoek verandert.

Voer waar spreeuwen en kauwen dol op zijn (minder van geven)

  • Gebroken maïs en tarwe, veelgebruikte vulmiddelen in goedkope mengsels.
  • Brood, crackers en etensresten, die voor geen enkele vogel goed voer zijn. Zie onze gids over wat je vogels niet moet voeren.
  • Vetbollen en pindakaas in open houders, die spreeuwen snel leegeten.
  • Gemengd zaad op voedertafels of de grond.
  • Zonnebloemharten, die voor elke vogel makkelijk te eten zijn.

Voer waar ze moeite mee hebben (meer van geven)

  • Saffloer. Het Cornell Lab wijst erop dat de dikke, harde schil van saffloer lastig te openen is voor grotere vogels met een zwakke of spitse snavel. Mezen, vinken en groenlingen eten het wel. Onze gids over saffloerzaad legt uit welke vogels het nemen en hoe je overstapt.
  • Nyjerzaad. Spreeuwen kunnen er in een buisvoeder weinig mee, en kauwen en duiven hebben er helemaal niets aan. Putters en sijzen zijn er gek op.
  • Zonnebloempitten in de dop, in een buis- of kooivoeder. Spreeuwen kraken de doppen moeizaam, en in een goed voederhuisje komen kauwen en duiven er niet bij.

De vraag rond zwarte zonnebloempitten

Zwarte zonnebloempitten zijn het beste allround zaad voor soortenrijkdom, en daarom noemen we ze in onze gids over zwarte zonnebloempitten het zaad om mee te beginnen. Kauwen en duiven eten ze echter ook, zeker van een voedertafel of van de grond. Tijdens een drukke periode maakt het vaak meer verschil om een voederhuisje een paar weken met puur saffloer te vullen dan welke andere verandering ook. Daarna kun je teruggaan.

En pinda’s?

Losse pinda’s in de dop helpen tegen spreeuwen, maar kauwen, gaaien en eksters zijn er juist dol op. Wil je pinda’s geven zonder kraaiachtigen te lokken, gebruik dan een gazen pindasilo in een kooi, zodat alleen mezen, boomklevers en spechten er kleine stukjes uit kunnen pikken.

Stap 2: verander het voederhuisje

Voederhuisjes met een kooi

Een voederhuisje met kooi heeft een gaaskooi rond een buis- of silovoeder. Kleine vogels zoals mezen, vinken, mussen en roodborsten glippen door de openingen; spreeuwen, kauwen en duiven niet. Het Cornell Lab noemt voederhuisjes met kooi als een manier om grotere vogels uit te sluiten.

Twee dingen om te controleren:

  • Maaswijdte. Die moet kleine vogels doorlaten en spreeuwen tegenhouden. Kijk naar de informatie van de fabrikant over welke vogels erdoor passen.
  • Afstand tussen kooi en zaad. Een grote vogel die aan de kooi hangt, mag met zijn snavel niet bij de openingen kunnen.

Kooien houden ook eekhoorns buiten. Dat is een voordeel of een nadeel, afhankelijk van wie je wilt voeren. Onze vergelijking van eekhoornbestendige voederhuisjes bevat ontwerpen met kooi en met gewichtsmechanisme, waarvan veel ook grote vogels dwarszitten.

Voederhuisjes met gewichtsmechanisme

Deze voederhuisjes sluiten de zaadopeningen als er iets zwaars op de zitstok landt. Het Cornell Lab en Project FeederWatch noemen allebei voederhuisjes die het voer afsluiten als een zware vogel landt. Bij sommige modellen kun je het activeringsgewicht instellen, zodat ze sluiten voor duiven en kauwen en kleine vogels gewoon laten eten.

Beperkingen om te kennen:

  • Bij sommige ontwerpen kunnen meerdere kleine vogels samen het gewicht van een grote vogel bereiken.
  • Sommige spreeuwen leren te eten terwijl ze fladderen of zich aan de buis vastklampen. Dat is minder efficiënt, maar het gebeurt.
  • Instellingen verschillen per model, dus lees de handleiding voordat je ervan uitgaat dat het op vogels is afgesteld en niet op eekhoorns.

Buisvoeders met korte zitstokjes

Project FeederWatch raadt buisvoeders met korte zitstokjes aan om grote vogels te ontmoedigen. Spreeuwen, kauwen en duiven hebben een stevige plek nodig om te staan. Kleine zangvogels klampen zich makkelijk vast aan een kort stompje. Sommige mensen korten lange zitstokken in of halen er om de andere een weg. Doe je dat, zorg dan dat het voederhuisje stabiel blijft en dat de overgebleven stokjes nog bij de openingen passen.

Ondersteboven-vethouders

Dit is de meest effectieve verandering voor vet. Project FeederWatch raadt spreeuwbestendige vethouders aan die alleen van onderaf bereikbaar zijn. Spechten, boomklevers en mezen hangen makkelijk ondersteboven. Spreeuwen en kauwen redden dat alleen onhandig en kort.

Hang vetbollen ook nooit in plastic netjes: vogels kunnen er met hun poten in verstrikt raken, en kauwen trekken het hele net zo mee. Voor meer over soorten vethouders, zie onze vergelijking van de beste vethouders.

Stap 3: stop met voeren op tafel en grond

Het advies van Project FeederWatch om grote vogels te ontmoedigen is duidelijk: vermijd voedertafels en voeren op de grond. Die opstellingen zijn ideaal voor spreeuwen, kauwen en duiven, die het liefst staand eten.

Wat je doet:

  1. Haal voedertafels weg tijdens een drukke periode. Berg ze voor het seizoen op als de groepen blijven komen.
  2. Stop met zaad strooien op de grond.
  3. Ruim gemorst zaad op onder hangende voederhuisjes. Doppen en gevallen zaad houden groepen eronder aan het zoeken, en trekken ook ratten aan.
  4. Overweeg een opvangschaal onder hangende voederhuisjes, maar alleen als grote vogels er niet op kunnen zitten.
  5. Gebruik een strooivrij mengsel van gepelde zaden zonder maïs of tarwe, dat weinig resten achterlaat.

Je verliest dan wat grondeters zoals merels, heggenmussen en tortels. Wil je die blijven voeren, dan is een grondvoederhuisje onder een lage gaaskooi met kleine openingen een compromis, al vraagt het meer onderhoud.

Stap 4: overweeg een korte voerpauze

Als een grote groep een dagelijkse routine heeft ontwikkeld, doorbreekt een pauze die gewoonte. Haal de voederhuisjes een tot twee weken weg. Groepen trekken door naar ander voedsel, en je vaste kleine vogels komen meestal snel terug als het voer terugkomt. Het is hetzelfde principe dat het Cornell Lab aanraadt bij roofvogels bij het voederhuisje, en het werkt vaak sneller dan een groep uitzitten.

Een pauze werkt het best als je tegelijk het voer en de voederhuisjes verandert. Open je daarna met dezelfde opstelling, dan komt de groep terug.

Stap 5: kies de juiste nestkasten

Spreeuwen broeden in holtes en nestkasten. Of je dat wilt, bepaal je met de maat van het invlieggat.

  • Gebruik het juiste gat voor de soort die je wilt. Een rond invlieggat van 28 mm voor de pimpelmees of 32 mm voor de koolmees is te klein voor spreeuwen.
  • Een spreeuwenkast mag ook. Een kast met een invlieggat van ongeveer 45 mm helpt deze achteruitgaande soort juist. Hang die op een andere plek dan je mezenkasten.
  • Geen zitstokje onder het gat. Holenbroeders hebben het niet nodig, en het helpt rovers en concurrenten.
  • Maak kasten na het broedseizoen schoon, in de herfst, als ze zeker niet meer bewoond zijn.

Mag je spreeuwen of kauwen verjagen of bestrijden?

In Nederland en België zijn alle in het wild levende inheemse vogels beschermd, ook de spreeuw, de kauw en de houtduif. Dat volgt uit de Europese Vogelrichtlijn en de nationale natuurwetgeving, in Nederland sinds 2024 onderdeel van de Omgevingswet. Voor sommige soorten, zoals houtduif en kauw, kunnen regionale regelingen bestaan voor het bestrijden van schade in de landbouw, maar die gelden niet voor concurrentie bij een voederhuisje in de tuin.

Voor een voederplek is de juiste aanpak bij al deze vogels dus uitsluiten, niet verwijderen. Veranderingen in voer en voederhuisjes lossen het probleem op zonder vallen, gif of vergunningen.

Wat niet werkt

Voer met hete peper

Vogels reageren over het algemeen niet op capsaïcine, de stof die pepers heet maakt, dus pepervoer schrikt spreeuwen en kauwen niet af. Pepervoer wordt vooral verkocht tegen eekhoorns en andere zoogdieren, die de hitte wel voelen.

Geluid, glimmende voorwerpen en lokfiguren

Reflecterend lint, windmolentjes en nep-roofvogels geven misschien een korte schrikreactie, maar groepsvogels wennen er snel aan als het voer goed is. Het Cornell Lab noemt zwevende ballonnen met folie als afschrikmiddel voor spreeuwen bij broedplaatsen, maar dat is een truc voor nestplekken, geen oplossing voor een voederhuisje.

Gif en plakmiddelen

Gebruik nooit gif, lijm of plakkerige middelen bij of in de buurt van voederhuisjes. Ze doden of verwonden vogels en andere dieren, en ze zijn in de tuin verboden.

Seizoenspatroon: wanneer groepen komen

SeizoenWat er meestal gebeurt
VoorjaarKauwen en spreeuwen zoeken voer voor hun jongen; kauwen nemen hele vetbollen mee
Mei tot juliSpreeuwen brengen hun uitgevlogen jongen mee; familiegroepen vallen vetbollen hard aan
HerfstTrekkende spreeuwen uit het noorden en oosten vormen grote groepen en slaapplaatsen
WinterSpreeuwen, kauwen en duiven blijven; bij vorst wordt het druk op de grond en de voedertafel

Spreeuwengolven duren meestal een paar weken. Komen ze in mei en juni met jongen, dan is een tijdelijke voerwissel vaak alles wat je nodig hebt. Kauwen en duiven blijven het hele jaar en vragen een blijvende opstelling.

Een spreeuwbestendige opstelling, van begin tot eind

Deze praktische indeling houdt de meeste spreeuwen, kauwen en duiven op afstand en voedt toch een breed scala aan zangvogels:

  • Eén buis- of silovoeder met kooi, gevuld met zwarte zonnebloempitten of een mengsel van zonnebloem en saffloer.
  • Eén buisvoeder met korte zitstokjes, gevuld met puur saffloer.
  • Eén nyjervoeder voor putters en sijzen.
  • Eén ondersteboven-vethouder voor spechten, boomklevers en mezen.
  • Een gazen pindasilo in een kooi, als je mezen en spechten pinda’s wilt geven.
  • Geen voer op voedertafel of grond tot de groepen verder zijn getrokken.
  • Een schone grond onder alle voederhuisjes, wekelijks geharkt.

Houd de voederhuisjes ook schoon. Grote groepen laten veel uitwerpselen achter, wat het risico op ziekte verhoogt. Onze gids over voederhuisjes schoonmaken legt de routine uit.

Veelgemaakte fouten

  1. Een goedkoop mengsel vol maïs en tarwe geven. Precies wat spreeuwen, kauwen en duiven willen. De kleine vogels waar je op hoopt, pikken de zonnebloempitten eruit en gooien de rest op de grond, waar de groep het opeet.
  2. Een voedertafel laten staan “voor de merels”. Een plat plateau is een open uitnodiging voor elke grote vogel in de buurt.
  3. Vetbollen in open houders in de zomer. Spreeuwenfamilies eten een vetblok snel leeg. Stap over op een ondersteboven-houder.
  4. Gemorst zaad niet opruimen. Zelfs met perfecte voederhuisjes houdt gevallen zaad groepen eronder aan het zoeken.
  5. Direct resultaat verwachten. Groepen hebben dagen nodig om een voedselbron op te geven. Geef veranderingen minstens een week of twee.
  6. De verkeerde nestkast ophangen. Wil je alleen mezen, kies dan 28 of 32 mm; een groter gat nodigt spreeuwen uit.

Bronnen

Meest gelezen

Veelgestelde vragen

Welk vogelvoer lusten spreeuwen niet?

Spreeuwen hebben een dunne, spitse snavel die gemaakt is om in de grond te prikken, niet om harde zaden te kraken. Saffloerzaad met zijn dikke, harde schil en nyjerzaad in een buisvoeder zijn daardoor lastig voor ze. Ze kiezen liever makkelijk voedsel zoals vetbollen, pindakaas, meelwormen, brood, gebroken maïs en zachte etensresten.

Zijn spreeuwen en kauwen beschermd?

Ja. Alle in het wild levende inheemse vogels, ook de spreeuw, de kauw en de houtduif, zijn beschermd onder de Europese Vogelrichtlijn en de nationale natuurwetgeving. De spreeuw is in Nederland bovendien sterk achteruitgegaan en staat op de Rode Lijst van broedvogels. In de tuin is de enige juiste aanpak dus uitsluiten via voer en voederhuisjes, nooit de vogels zelf schaden.

Wat is een spreeuwbestendige vethouder?

Dat is een vethouder die alleen van onderaf bereikbaar is, vaak een ondersteboven-houder genoemd. Project FeederWatch raadt dit ontwerp aan. Spechten, boomklevers en mezen klampen zich makkelijk vast en eten ondersteboven, terwijl spreeuwen en kauwen moeite hebben om in die houding te hangen en dus veel minder vet krijgen.

Gaan spreeuwen vanzelf weer weg bij mijn voederhuisje?

Vaak wel. Spreeuwen komen in golven: in mei en juni met hun uitgevlogen jongen, en in de herfst en winter in groepen, aangevuld met trekvogels uit Noord- en Oost-Europa. Zo'n golf duurt meestal enkele weken. Door je voederplek tijdelijk onaantrekkelijk te maken, wordt het bezoek korter.

Houden voederhuisjes met een gewichtsmechanisme spreeuwen en duiven tegen?

Veel wel. Zulke voederhuisjes sluiten hun openingen als een zwaar dier op de zitstok landt, en bij sommige modellen kun je het activeringsgewicht instellen. Project FeederWatch noemt voederhuisjes die onder gewicht sluiten als een manier om grote vogels uit te sluiten. Hoe goed het werkt, hangt af van de instelling en van of er meerdere kleine vogels tegelijk op zitten.