Sijs in je tuin lokken: nyjerzaad, elzen en berken
Sijs in de tuin lokken: hang in de winter een nyjersilo of silo met gepelde zonnebloempitten, plant zwarte els en berk en houd voer en water altijd schoon.
Koop je via links op deze pagina, dan kunnen we een commissie ontvangen, zonder extra kosten voor jou. Dat bepaalt nooit wat we aanraden. Hoe we verdienen

In dit artikel
- De sijs in het kort
- Hoe herken je een sijs?
- Waar leeft de sijs in Nederland en België?
- Wat eet een sijs?
- De juiste voerplek voor sijzen
- Waarom het ene jaar veel meer sijzen komen dan het andere
- Water voor sijzen
- Bomen en planten die sijzen helpen
- Nestelen: waar broedt de sijs?
- Maandkalender: de sijs door het jaar
- Problemen en hoe je ze oplost
- Veelgemaakte fouten
- De sijs en de wet
- Kort samengevat
- Bronnen
- Veelgestelde vragen
Een sijs in de tuin lokken doe je met nyjerzaad in een nyjersilo of gepelde zonnebloempitten in een silo met zitstokjes, in de winter op 1,5 tot 2 meter opgehangen, vlak bij bomen. Heb je ruimte, plant dan een zwarte els of een berk: sijzen hangen in de winter graag aan de katjes en proppen van die bomen om zaadjes eruit te pikken. Wie voer en water bovendien schoon houdt, maakt de beste kans op dit kleine, acrobatische vinkje, vooral in de late winter en het vroege voorjaar.
De sijs is in Nederland en België vooral een wintergast met sterk wisselende aantallen. Het ene jaar hangen er tientallen aan de silo, het andere jaar zie je er geen. Deze gids laat zien hoe je hem herkent, wat hij eet, welke voerplek werkt, welke inheemse bomen en planten helpen en wat je elke maand kunt doen.
De sijs in het kort
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Spinus spinus (vroeger Carduelis spinus) |
| Lengte | Ongeveer 11,5 tot 12,5 cm |
| Gewicht | Ongeveer 12 tot 18 g |
| Voorkomen in Nederland en België | Vooral doortrekker en wintergast; schaarse broedvogel in naaldbossen |
| Seizoen | Vooral oktober tot april, aantallen sterk wisselend per jaar |
| Dieet | Kleine zaden van els, berk, spar en lariks; in het broedseizoen ook insecten |
| Voerplek | Nyjersilo, silo met gepelde zonnebloempitten, pindasilo met fijn gaas |
| Nestplaats | Hoog in naaldbomen, geen nestkast |
| Legsel | Meestal 3 tot 5 eieren |
Deze maten en gegevens zijn gangbare waarden uit Europese vogelgidsen en de soortinformatie van Vogelbescherming Nederland.
Hoe herken je een sijs?
De sijs is een van de kleinste vinken van Europa, ongeveer zo groot als een pimpelmees, met een korte, gevorkte staart en een fijne, spitse snavel. Het verenkleed is geelgroen met zwarte vleugels en twee brede gele vleugelstrepen. De zijkanten van de staartbasis zijn geel, wat in de vlucht goed te zien is.
Mannetje, vrouwtje en jong
Het mannetje heeft een zwarte kap en een klein zwart kinvlekje, een heldere geelgroene kop en borst en een gele stuit. De flanken zijn licht gestreept. In het voorjaar zijn de kleuren het helderst.
Het vrouwtje mist de zwarte kap en kin. Ze is grijsgroener, duidelijker gestreept op borst en flanken en heeft minder geel. De gele vleugelstrepen en de gele zijkanten van de staart heeft ze wel.
Jonge sijzen zijn bruiner en nog sterker gestreept dan het vrouwtje. Ze lijken op kleine, gestreepte groenlingen, maar de fijne snavel en de duidelijke gele vleugelstrepen helpen.
Zang en roep
- Roep: een helder, klagend “tjuu-ie” of “tie-luu”, vaak in de vlucht. Een groep sijzen in een elzenrij klinkt als een zacht, aanhoudend getjilp.
- Zang: een snel, kwetterend lied met trillers en fluittonen, vaak eindigend in een zoemend, piepend geluid. Soms met nabootsingen van andere vogels.
- Baltsvlucht: het mannetje vliegt zingend met trage vleugelslagen rond.
Onze gids vogelgeluiden leren helpt om de roep van de sijs te onderscheiden van die van putter en groenling.
Soorten die op de sijs lijken
- Groenling: groter, zwaardere lichte snavel, geen zwarte kap en bij volwassen vogels geen strepen.
- Europese kanarie: ook klein en gestreept, maar met een heel kort, stomp snaveltje en zonder gele staartzijden. Het mannetje heeft een felgele borst en stuit en geen zwarte kap.
- Putter (jong): grijsbruine kop, maar zwarte vleugels met een brede gouden band en witte vlekjes in de staart.
- Barmsijs: gestreept bruin met een rood voorhoofd en een klein zwart kinvlekje, zonder geel. Ook een wintergast, vaak samen met sijzen in berken en elzen.

Waar leeft de sijs in Nederland en België?
Als broedvogel is de sijs gebonden aan naaldbossen met sparren en larixen, vaak op de hogere zandgronden. Het aantal broedparen wisselt sterk van jaar tot jaar, afhankelijk van de zaadproductie van de naaldbomen.
In herfst en winter is de sijs veel talrijker. Grote aantallen trekken dan uit Scandinavië, Finland, de Baltische staten en Rusland naar het zuidwesten. Hoeveel er komen, hangt sterk af van de zaadoogst van sparren, elzen en berken in die gebieden. Zulke invasiejaren wisselen af met jaren waarin je nauwelijks sijzen ziet.
In de winter zoeken sijzen hun voedsel vooral in rijen zwarte elzen langs sloten en beken, in berkenbosjes en in parken. Ze trekken rond in groepjes, vaak samen met barmsijzen en putters. Tegen het einde van de winter, als de natuurlijke zaden opraken, komen ze meer naar voerplekken in tuinen. Daarom zien veel mensen de meeste sijzen in februari, maart en april.
Wat eet een sijs?
De sijs is een specialist in kleine zaden van bomen:
- Zwarte els: de zaden uit de kleine, houtachtige elzenproppen zijn in de winter het belangrijkste voedsel.
- Berk: zaden uit de katjes, vaak ondersteboven hangend gegeten.
- Spar en lariks: zaden uit kegels, vooral in het broedgebied.
- Kruiden: zaden van onder andere paardenbloem, distels en kruiskruid.
In het broedseizoen eet de sijs ook insecten, zoals bladluizen en kleine rupsen, en voert hij zijn jongen met een mengsel van zaden en insecten.
Het beste voer voor sijzen
| Voer | Waarom het werkt | Hoe aanbieden |
|---|---|---|
| Nyjerzaad (nigerzaad) | Klein en olierijk, past bij de fijne snavel | Nyjersilo met kleine voergaatjes |
| Gepelde zonnebloempitten | Zacht, vetrijk en makkelijk te eten | Silo met zitstokjes |
| Fijn gebroken ongezouten pinda’s | Vet en eiwit | Pindasilo met fijn gaas |
| Fijn zaadmengsel | Kleine zaden als afwisseling | Silo of voertafel |
Sijzen zijn uitgesproken hangers. Ze eten liever uit een silo dan van een voertafel of de grond, en ze kunnen net als mezen ondersteboven aan een silo of pindagaas hangen. Een nyjersilo is daarom ideaal. Onze gids over de beste nyjersilo legt uit welke types handig zijn.
Een nyjersilo met meerdere zitstokjes en een afdakje werkt het best voor een groepje sijzen. Bekijk de prijs op Amazon Het aanbod en de modellen verschillen per land.
Houd het voer vers. Nyjerzaad en gepelde pitten zijn olierijk en kunnen ranzig of beschimmeld worden. Vul liever weinig en vaak. Onze gids over vogelvoer bewaren geeft praktische tips.
Wat je beter niet geeft
Geen brood, gezouten pinda’s of hele pinda’s in het broedseizoen, en geen etensresten. In onze gids wat mag je vogels niet voeren staat een volledig overzicht.
De juiste voerplek voor sijzen
- Hang de silo bij bomen. Sijzen voelen zich veilig als ze vanuit een boom naar de silo kunnen vliegen. Hang de silo op 1,5 tot 2 meter, met een boom of hoge struik op een paar meter afstand. Meer over de plaatsing in onze gids waar hang je een voederhuisje.
- Begin op tijd. Hang de nyjersilo al in de herfst op, zodat sijzen hem vinden zodra ze de tuin passeren.
- Houd vol tot in april. Veel sijzen komen juist in de late winter en het vroege voorjaar. Stop dan niet te vroeg met voeren.
- Meerdere zitplekken. Sijzen komen in groepjes. Een silo met vier of zes zitstokjes, of twee silo’s naast elkaar, voorkomt gedrang.
- Schoon voeren. Maak silo’s elke één tot twee weken schoon, vaker bij nat weer. Zie onze gids voederhuisjes schoonmaken.

Sijzen op een balkon
Sijzen komen ook in steden, vooral waar elzen of berken in de straat of een park staan. Een nyjersilo aan het balkon of een zuignapsilo aan het raam kan in een invasiejaar verrassend veel bezoek trekken. Kies een plek uit de wind en uit de regen. Onze gids over voederhuisjes voor balkon en kleine tuin laat zien welke types handig zijn.
Het gedrag van sijzen aan de voerplek
Sijzen zijn opvallend tam. Waar veel vinken bij de minste beweging wegvliegen, blijven sijzen vaak gewoon dooreten als je op een paar meter afstand staat. Dat maakt ze tot een dankbare soort om van dichtbij te bekijken of te fotograferen.
Aan de silo zijn ze tegelijk ruziezoekers. Een sijs die een zitstokje bezet, verdedigt dat met gespreide vleugels, een open snavel en een scherp roepje tegen elke nieuwkomer, ook tegen grotere vogels zoals groenlingen. Vaak zie je een wisselende rij sijzen die elkaar van de stokjes duwen. Echte gevechten zijn zeldzaam.
Sijzen komen zelden alleen. Zie je er één, dan zitten er meestal meer in een boom in de buurt. Groepjes van tien tot twintig vogels zijn in de late winter geen uitzondering. Ze wisselen vaak snel tussen de silo en de kruin van een boom, en vliegen samen op als er iets gebeurt.
Waarom het ene jaar veel meer sijzen komen dan het andere
Het aantal sijzen dat in de winter in Nederland en België verschijnt, is een van de sterkst wisselende van al onze tuinvogels. Dat komt doordat sijzen nauw afhankelijk zijn van boomzaden die niet elk jaar even rijk zijn. Sparren, elzen en berken hebben goede en slechte zaadjaren, en in Noord- en Oost-Europa kan de oogst over grote gebieden tegelijk mislukken of juist overvloedig zijn.
Is er in het noorden veel zaad, dan blijft een groot deel van de sijzen daar of trekt maar een klein stukje weg. Is de oogst slecht, dan trekken ze massaal naar het zuiden en westen. Vogelaars spreken dan van een invasiejaar. In zo’n winter kunnen sijzen in tuinen waar ze anders nooit komen ineens in groepjes aan de silo hangen.
Voor jou als tuinvogelaar betekent dit twee dingen. Ten eerste ligt een stille winter meestal niet aan je tuin. Ten tweede loont het om elke herfst een schone, gevulde nyjersilo op te hangen, zodat je klaar bent als er een invasiejaar komt. De trektellingen en waarnemingen die vogelaars doorgeven, bijvoorbeeld via trektellen.nl en waarneming.nl, geven in de herfst vaak al een eerste indruk van hoeveel sijzen er onderweg zijn.
Water voor sijzen
Zaadeters drinken veel, en sijzen komen graag naar een ondiep vogelbad. Een schaal van een paar centimeter diep met een ruwe bodem en een geleidelijke rand is ideaal. Zet het water niet te ver van een boom of struik, ververs het elke dag of om de dag en schrob de schaal regelmatig. Bij vorst kun je ‘s ochtends lauw water geven.

Bomen en planten die sijzen helpen
Een sijs is eerder een boomvogel dan een tuinvogel. Wie ruimte heeft, helpt sijzen het meest met de juiste bomen:
| Plant | Wat de sijs eraan heeft |
|---|---|
| Zwarte els (Alnus glutinosa) | Zaden uit de elzenproppen, het belangrijkste wintervoedsel |
| Ruwe berk (Betula pendula) | Zaden uit de katjes in herfst en winter |
| Zachte berk (Betula pubescens) | Idem, geschikt voor nattere grond |
| Europese lariks (Larix decidua) | Zaden uit de kegels, nestplek |
| Fijnspar (Picea abies) | Zaden en nestplek (niet overal inheems, wel veel aangeplant) |
| Paardenbloem (Taraxacum officinale) | Zaden in het voorjaar |
| Kruiskruid en distels | Kleine zaden in de zomer en herfst |
Een zwarte els groeit snel, verdraagt natte grond en is geschikt voor een grotere tuin of langs een sloot. Een berk past ook in een middelgrote tuin. Laat daarnaast in de herfst uitgebloeide planten staan. Onze gids over zaadhoofden die je laat staan laat zien welke het meest opleveren.
Nestelen: waar broedt de sijs?
De sijs broedt niet in nestkasten. Het nest is een klein komnestje van twijgjes, mos, korstmos en spinrag, bekleed met haar en plantenpluis, meestal hoog in een naaldboom, vaak ver van de stam op een zijtak. Daardoor is het nest heel moeilijk te vinden.
In tuinen broedt de sijs zelden. Als je dicht bij een naaldbos woont, kun je in het voorjaar wel zingende mannetjes horen en in de zomer jonge sijzen aan de voerplek zien. Snoei in dat geval niet in naaldbomen in het broedseizoen.
Vind je een jonge sijs op de grond, lees dan eerst onze gids een jong vogeltje gevonden.
Maandkalender: de sijs door het jaar
| Maand | Wat er gebeurt | Wat jij doet |
|---|---|---|
| Januari | Groepjes in elzen en berken, soms aan de voerplek | Nyjer en gepelde pitten, water ijsvrij |
| Februari | Natuurlijke zaden raken op, meer tuinbezoek | Silo’s vaker vullen en schoonmaken |
| Maart | Vaak piek van sijzen in tuinen, eerste zang | Doorgaan met voeren |
| April | Laatste wintergasten vertrekken | Voeren tot ze weg zijn |
| Mei | Broedvogels in naaldbossen | Silo schoonmaken en droog opbergen of blijven voeren met kleine porties |
| Juni | Jongen uitgevlogen in het broedgebied | Vogelbad schoon |
| Juli | Rondzwervende familiegroepjes | Zaadhoofden laten staan |
| Augustus | Weinig sijzen in tuinen | Tuin klaarmaken, bomen planten plannen |
| September | Eerste trekkers uit het noorden | Nyjersilo ophangen |
| Oktober | Najaarstrek, groepjes over | Silo vers vullen |
| November | Wintergasten in elzenrijen | Elzen en berken met rust laten |
| December | Groepjes in bomen en soms aan de silo | Voeren, lauw water bij vorst |
In invasiejaren kan het beeld sterk afwijken, met al in de herfst veel sijzen aan voerplekken.
Problemen en hoe je ze oplost
Ziekten
Sijzen eten in groepjes dicht bij elkaar aan een silo, wat de verspreiding van ziekten zoals salmonellose en trichomonose makkelijker maakt. Zieke vogels zitten opgezet, traag en weinig schuw aan de voerplek. Stop dan een week of twee met voeren en water geven, maak alles grondig schoon en begin daarna weer klein. Zie onze gids over zieke vogels bij de voerplek.

Sperwers
Een groep sijzen aan de silo trekt soms een sperwer. Een boom of struik op een paar meter afstand geeft ze een kans om te ontsnappen.
Botsingen met ramen
Sijzen vliegen snel en in groepjes en kunnen tegen ramen botsen. Hang de silo binnen een meter van het raam of verder weg dan ongeveer vijf meter, en maak grote ramen zichtbaar met stickers of folie aan de buitenkant.
Nat en muf zaad
Klonterig nyjerzaad onder in de silo wordt gemeden en kan schimmels bevatten. Leeg de silo helemaal bij het schoonmaken.
Veelgemaakte fouten
- Te vroeg stoppen met voeren. Veel sijzen komen juist in februari tot april.
- Alleen een voertafel. Sijzen eten liever uit een hangende silo.
- Nyjer in een gewone silo. Het zaad valt eruit. Gebruik een nyjersilo.
- Te veel zaad tegelijk. Olierijk zaad bederft. Vul weinig en vaak.
- Een nestkast verwachten. Sijzen broeden hoog in naaldbomen.
- Teleurgesteld zijn in een stil jaar. In sommige winters komen er gewoon weinig sijzen. Houd de silo schoon en vol, het volgende invasiejaar komt vanzelf.
De sijs en de wet
In Nederland en België zijn alle in het wild levende vogels beschermd, op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de nationale natuurwetgeving. De sijs was vroeger een populaire kooivogel. Het vangen en houden van wilde sijzen is nu verboden, net als het verstoren van nesten in gebruik.
Kort samengevat
Wil je sijzen in je tuin, hang dan vanaf de herfst een nyjersilo of een silo met gepelde zonnebloempitten vlak bij bomen, houd het zaad vers en droog, en blijf voeren tot in april. Plant als je ruimte hebt een zwarte els of een berk, en geef schoon water. In een goed sijzenjaar zie je dan groepjes van deze kleine, geelgroene acrobaten aan je silo hangen.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Wanneer komen sijzen in de tuin?
Sijzen zie je in Nederland en België vooral van oktober tot april, als er wintergasten en doortrekkers uit het noorden en oosten zijn. Ze bezoeken voerplekken vaak het meest in de late winter en het vroege voorjaar, als de zaden van elzen, berken en naaldbomen opraken. Het aantal verschilt sterk per jaar.
Wat eet een sijs op de voerplek?
Sijzen eten graag nyjerzaad uit een nyjersilo en gepelde zonnebloempitten uit een silo met zitstokjes. Ook fijn gebroken pinda's uit een pindasilo met fijn gaas worden gegeten. Van nature eten ze vooral kleine zaden van els, berk, spar en lariks. Aan de silo zijn ze acrobatisch en hangen ze vaak ondersteboven, net als mezen.
Waarom zie ik het ene jaar veel sijzen en het andere jaar bijna geen?
De sijs is een echte zwerver. Hoeveel sijzen er in de winter naar het westen trekken, hangt vooral af van de zaadproductie van sparren, elzen en berken in Noord- en Oost-Europa. In jaren met weinig zaad daar komen er veel meer sijzen hierheen, in goede zaadjaren blijven ze grotendeels weg.
Hoe herken ik een vrouwtje sijs?
Het vrouwtje sijs mist de zwarte kap en de zwarte kin van het mannetje. Ze is grijsgroen, sterker gestreept op borst en flanken en heeft minder geel. De gele vleugelstrepen en de gele zijkanten van de staartbasis heeft ze wel, net als de fijne, spitse snavel. Daaraan onderscheid je haar van een jonge groenling.
Broedt de sijs in Nederland?
Ja, maar schaars. De sijs broedt vooral in naaldbossen met sparren en larixen, bijvoorbeeld op de hogere zandgronden in het oosten en midden van het land. Het aantal broedparen wisselt sterk per jaar. In tuinen broedt de sijs zelden. Voor de meeste mensen is het een wintergast aan de voerplek.